Klassiek Podium Seizoen 2016-2017

Jan Pieterzoon Sweelinck, Peeter Cornet, Dietrich Buxtehude, Johann Sebastian Bach

Ton Koopman is een onbetwist leidende persoonlijkheid in de uitvoering van de Barokmuziek met een speciale aandacht voor de muziek van J.S.Bach. Met zijn Amsterdam Barok Orkest en Koor speelde hij in de meest prestigieuze zalen. Als gastdirigent werkte hij samen met wereldvermaarde orkesten. Ton Koopman ontving tweemaal de Prix d’Excellence als organist en klavecinist en speelde op de belangrijkste historische instrumenten van Europa. In Grimbergen brengt hij een Duits –Nederlands barokprogramma waarbij hij zowel het koororgel als het groot-orgel van vader en zoon Potvlieghe zal bespelen.   

Programma:
Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621) - 
Ballo del Granduca in G | Allein Gott in der Höh’ sei Ehr
Peeter Cornet (ca. 1575-1633) - Fantasia in G | SalveRegina | Salve Regina, Ad te clamamus, Eia ergo, O Clemens, Pro fine 
Dietrich Buxtehude (1637-1707) - Preludium in D BuxWV 139 | Nun lob mein Seel' den Herren, BuxWV 214/215/213 | Fuga in C BuxWV 174
Johann Sebastian Bach (1685-1750) - Praeludium und Fuge in c BWV 546 |Fuga in g  BWV 578
Uit orgelkoralen von verschiedener Art uit LeipzigerOrginalhandschrift Johann Seb. Bach: Nun komm‘ der Heiden Heiland (BWV 659) a 2 Clav. e Pedale | An Wasserflüssen Babylon(BWV 653) a 2 Clav. e Pedale |  Schmücke dich, o liebe Seele BWV 654 a 2 Clav. e Pedale | In dulci jubilo, BWV 729    

i.s.m. WAG en Abdijgemeenschap Grimbergen

ORGELS ABDIJKERK GRIMBERGEN
GROOT ORGEL - Historisch Orgelmeubel (1751), nieuw binnenwerk

Van Forceville-Goynaut | In de historische orgelkast aan de Westmuur van de abdijkerk bevond zich het Thomas Forceville - Goynautorgel (1751). Deze Johannes Thomas Forceville (1696-1750) is de zoon van de befaamde orgelmaker Johannes Baptist Forceville (1660-1739). Van het eerste orgelontwerp is een sierlijke tekening bewaard gebleven. 
Na 25 jaar hadden in 1765 vrij omvangrijke aanpassingswerken plaats onder abt Sophie. Dit instrument bleef grotendeels gehandhaafd tot 1910.

Over Jean-Emile Kerckhoff | De Brusselse orgelbouwer Jean-Emile Kerckhoff verwijderde in 1910 het weinig gewijzigde 160-jarige historische binnenwerk - registratuur, tractuur, windwerk, pijpwerk en klavieren - en verving dit alles door een nieuw groot pneumatisch instrument. Om dit groot nieuw orgel te plaatsen diende de orgelruimte breder - toevoeging van twee vlakke tussenpanelen - en dieper gemaakt; met het wegslaan van de achterwand.  
Om een nieuwe vrijstaande speeltafel te plaatsen werd ook het rugpositief leeggehaald, (de achterwand ervan tegen de balustrade aangedrukt) en de historische klavieren en de bijhorende registratuur vernietigd. Het orgelmeubel bleef eveneens verminkt achter, zonder achterwand, met deels open zijwanden, terwijl van het rugwerk nog de schijn werd opgehouden met enkele niet sprekende nieuwe frontpijpen in de balustrade; als een soort schijnrugwerk. 
Een fabrieksmatig orgel werd geplaatst met pijpenmateriaal dat heel wat minder tin bevatte dan contractueel voorzien. Geleidelijk was dit de oorzaak van een metaalziekte die het bestaande pijpwerk zwaar aantastte.

Naar een creatief nieuw Bach-orgel | Het restauratieconcept werd uitgewerkt met medewerking van de Dienst Monumentenzorg en is uitgewerkt door Ghislain Potvlieghe-de Maeyer, orgelmaker.  
Er is niet gestreefd naar een hypothetische reconstructie van een vroeger vergroeid orgel maar naar een vernieuwend concept waarin vele Duitse en Hollands-Brabantse stijlelementen uit de baroktijd zijn verwerkt in een drieklavierinstrument met rijke pedaalbezetting.  
Een nieuw binnenwerk met nieuw pijpwerk, een nieuwe mechaniek, nieuwe klavieren, nieuw windwerk en nieuwe verbindingen van de toetsen naar de windladen en naar de orgelpijpen zijn geplaatst. Dit instrument is volledig opgenomen binnen de volledig gerestaureerde historische orgelkast. Dit vernieuwde orgel heeft drie manualen en een onafhankelijk pedaal. Het telt 41 registers, heeft ca. 2800 pijpen.   
Vanuit deze optie van restauratie-nieuwbouw met zijn rijke dispositie, zijn polyfone geaardheid en zijn grote klankmogelijkheden kan het Grimbergs orgel een Bach-orgel worden genoemd waarop vele grote meesterwerken van de Europese orgelcultuur een mooie verklanking kunnen krijgen. Het verrukkelijke barokke interieur en de inspirerende akoestiek zijn voor het orgel eveneens belangrijke troeven.

KOORORGEL - Zuid-Nederlands orgeltype van de laat 17de-eeuwse stijl

Welke innerlijke drang beweegt de mens om vanuit hout, leder, lijm en metaal een ongrijpbare, vluchtige, subtiele klankenwereld te creëren? Vanuit vakmanschap en innerlijk voorstellingsvermogen, gebaseerd op degelijk inzicht in de materialen en de werking van de verschillende geledingen is een concept uitgewerkt dat geleid heeft tot een optimale realisatie.
Het komen tot een synthese tussen het kunstambacht, de kunst en het gedegen functioneren van het orgel als muziekinstrument vereist grote kennis en veel ervaring. Een mooi klinkend instrument is het ook aan zichzelf verplicht visueel goed te ogen.     
 

Het nieuw koororgel, gemaakt door Joris Potvlieghe, heeft meer dan voldoende kwaliteiten om solistisch een groot repertoire van de orgel- en klavierliteratuur met veel muzikaliteit, verfijnde kleurenrijkdom en groot stijlbesef te verklanken, zowel tijdens de liturgische plechtigheden als tijdens orgelconcerten.  
Het biedt de mogelijkheid om samen te spelen met orkesten die oude muziek uitvoeren uit het repertoire van de renaissance, de barok en het classicisme. Hierbij kan gedacht worden aan uitvoeringen van cantates, passies, orgelconcerti, basso-continuobegeleiding van koor-, orkest-, ensemble en solomuziek, enz. 
Het klankconcept verschilt fundamenteel van het groot orgel. Aldus worden in de toekomst te Grimbergen grote keuzemogelijkheden aangeboden om een zeer ruim deel van de orgel­literatuur in diverse muziekstijlen op een zo adequaat mogelijke wijze te laten klinken. Het verschil in toonhoogte tussen de beide orgels is een kenmerk dat in deze context een belangrijke rol speelt.  
De differentiatie die ontstaat door de typische kenmerken van elk orgel zal ook verruimend werken bij meester-cursussen, orgelevenementen, orgelonderwijs e.d.m.
Uitgaand van een zes-voetsfront werd een compacte bouwwijze beoogd.
De manuaalomvang gaat van C, D tot d'''.  
Het mensurenbeeld is afgeleid van de Vlaamse stijl uit de tweede helft van de 17deeeuw en verleent de klank van de diverse registers delicate en kleurrijke eigenschappen. Het klank­karakter is transparant, sierlijk en kernachtig zonder opdringerig te worden. Het orgel heeft 10 zelfstandige registers met als basis een volwaardige prestant 8, die dubbelkorig is in de diskant. 
Dit klankbeeld is bewust gekozen en is het gevolg van een diepgaande studie van de Vlaamse orgelbouw rond 1680. Tot voldoening van velen sluit dit instrument ook goed aan bij het meubilair en de architectuur van de Sint-Servaasbasiliek.


Gerelateerde events

Geïnspireerd door de romantiek

Zerkalo Strijkkwartet

| Oyenbrugmolen
Klassiek Podium Seizoen 2017-2018
Dit jonge strijkkwartet behaalde in oktober 2013 de tweede prijs op de Europese muziekwedstrijd 'Città di Moncalieri' in Turijn (Italie) en is laureaat van de Supernova wedstrijd 2014 in België. Deze vier jonge musici komen naar Grimbergen met een op en top romantisch programma.
Tickets

The Final Chapter

Flanders Recorder Quartet

| Sacristie Abdijkerk Grimbergen
Klassiek Podium Seizoen 2017-2018
Met het concertprogramma ‘Final Chapter’ levert het Flanders Recorder Quartet na 30 jaar haar visitekaartje voor een laatste maal af; een pleidooi voor de blokfluit in al zijn facetten.
Tickets

Voorbij de Bolero | Maurice Ravel

Lezing door Klaas Coulembier

| Hemmerechtszaal Cc Strombeek
Lezing Volwassenen Educatie Klassiek Seizoen 2017-2018
Tám, tatatatám, tatatatám tam, tám, tatatatám, tatata tatatatatata Tám, tatata… Juist, de Bolero; hét visitekaartje van Maurice Ravel. Maar eigenlijk was de bolero meer een grap dan een echte compositie. De muzikale horizon van Ravel reikt oneindig veel verder dan dit curiosum.
Tickets