Ga verder naar de inhoud

Wunderkammer, een festival om te verdwalen in wonderbaarlijke muziek

Op 1 en 2 juni gaat de derde editie van Wunderkammer door, dit najaar zijn we al aan de vierde editie toe. Hoog tijd dus om eens te praten met bezieler en curator Jan De Vroede en vormgever Wouter Vanhaelemeesch.

Wunderkammer3 web

Jan: ‘Het embryonale idee van Wunderkammer is eigenlijk ontstaan tijdens de eerste lockdown. Veel cultuurhuizen hebben toen de deuren gesloten, maar in Cc Strombeek gooiden we het over een andere boeg en besloten we heel wat artiesten uit te nodigen voor een residentie. Het was een heel open vraag: zij kregen de mogelijkheid om infrastructuur en techniek te gebruiken om iets te ontwikkelen, zonder meer. Oorspronkelijk was daar zelfs geen toonmoment aan gekoppeld, maar toen we merkten dat er heel veel creativiteit was en er echt fijne dingen ontstonden, leek het ons ergens wel een gemis om het daar te laten stoppen. Ondanks het feit dat veel van deze artiesten en creaties geen logische match waren met een cultuurcentrum,vonden we toch dat dit ook hier kon worden gepresenteerd.
Wunderkammer wil graag die vrijplaats zijn. Een festival waar samen gespeeld wordt, waar on the spot samenwerkingen kunnen ontstaan. De bedoeling was om een ontdekkingsparcours te creëren met korte fragmentarische stukken muziek, maar ook om linken te leggen met beeldende kunsten. Het houdt ergens het midden tussen een extreem gecureerd experimenteel platform en een brocantewinkel: niet voor iedereen, maar wel met voor iedereen iets.’

De samenwerking met Wouter Vanhaelemeesch was dan ook niet zo vreemd. Voor Wunderkammer kenden Jan en Wouter elkaar nog niet. Jan kende enkel Wouters werk via Instagram en zag er de ideale sfeer in die hij zocht voor Wunderkammer.

Wouter: ‘Jan belde mij op met de vraag of ik de affiches wou ontwerpen voor Wunderkammer en ik was meteen gewonnen voor het concept. Het idee van een Wunderkammer, een negentiende-eeuwse verzameling van allerlei rariteiten, past helemaal bij mijn werk en is een ideale kapstok om mee te werken. We babbelden die eerste keren heel veel over ons eigen netwerk en hoe inspirerend sommige samenwerkingen kunnen zijn. We wisselden tips uit. Zowel qua netwerk als qua muzieksmaak was er een grote overlap tussen ons. De samenwerking was dus een logische gevolg.’

Brochure uittreksel

En dus creëerde Wouter de tekeningen en de stijl van artwork die perfect de sfeer van het festival weerspiegelen. Het eclectische van een Wunderkammer zit er volop in, maar door de typische stijl van het artwork wordt het allegaartje toch weer een eenheid.

Jan: ‘Een Wunderkammer kan alles zijn: een ingelegde tand van een Viking, magische stenen, een foetus op sterk water… Ondertussen kan er iemand op een luit spelen en liedjes zingen over Maria. Het festival is dan ook niet voor één gat te vangen en mixt jazz met impro, ontoegankelijke muziek met uitdagende riedeltjes. Toch zoeken we terwijl we het programma samenstellen naar linken. Dat kan een instrument zijn, een thema, of het feit dat we 50 procent vrouwelijke muzikanten willen.’

Wouter: ‘Mijn manier van werken past heel erg binnen dit concept. Ik ben gefascineerd door gravures en kunst van de vroege renaissance tot de 19e eeuw. Doorheen de tijd werd er enorm veel gekopieerd. Je ziet eigenlijk steeds opnieuw dezelfde elementen terugkeren. Elementen die niet per se waarheidsgetrouw zijn en daarom iets geladen en symbolisch krijgen. Ik werk altijd vanuit zulke modellen, knip die uit en leg die soms weg voor jaren. Vervolgens verknip ik ze en maak een collage. Zo ontstaan hele grote werken en krijg je een volledige andere compositie dan op een A4. Wat eerst op de voorgrond stond, kan plots een achtergrond worden of een ander perspectief krijgen.
Ik maak gebruik van de oude technieken van gravures zoals arcering, steeds in zwart-wit, met pen en inkt. Mijn werk ziet er daardoor oud uit, maar als je goed kijkt, zie je de hedendaagse blik, vooral in de compositie. Zo heb ik zelf een hele nieuwe wereld ontwikkeld, waar alles wat je maar kan bedenken een plek kan hebben.
Ik hou zelf ook van mensen die 120 keer hetzelfde doen met lichte variaties, die zichzelf telkens opnieuw uitvinden. Iemand die altijd iets anders doet, is een dilettant voor mij. Dat interesseert me niet.’

Wouter is selectief in de opdrachten die hij aanvaardt. Er moet een match zijn tussen zijn werk en waarvoor het gebruikt wordt. Hij is echter niet geboeid door de wereld van tentoonstellingen en expo’s. Het feit dat zijn werk op affiches of platenhoezen verschijnt, vindt hij boeiend en spannend.
‘Mijn werk kan opeens in een platenwinkel in Tokio of New York liggen, of op de hoes van een Bulgaarse psychedelische band prijken. Een plaat kost 20 euro. Op die manier wordt mijn artwork heel toegankelijk, democratisch en genereus.’

Dat democratische principe is ook voor Jan heel belangrijk. ‘Er zijn tal van festivals in Europa waar de muziek die Wunderkammer biedt aan bod komt, maar vaak is het nogal een snobistische aangelegenheid waar je toch zeker het juiste T-shirt moet aanhebben. Er is vraag om dit soort experimentele muziek een podium te geven buiten de grote steden, kunstencentra en kraakpanden, zowel van makers als van publiek.’

Het einde van Wunderkammer is nog lang niet in zicht, want het concept vindt zichzelf eigenlijk telkens opnieuw uit. Na een paar edities staat Wunderkammer al internationaal op de kaart. Jan krijgt vragen van artiesten uit Korea, Japan, Engeland en meer die al hoorden van deze unieke vrijplaats. Ze zien het als een kans om samenwerkingen aan te gaan met artiesten over de grenzen heen en deel uit te maken van iets dat vernieuwend en cutting edge is. Jans grote droom voor Wunderkammer is dan ook dat er terug ruimte kan zijn voor het maakproces, zoals bij de start met de residenties.