Ga verder naar de inhoud

Straks is ook goed

Het is alweer 17 jaar geleden dat de debuutplaat van Yevgueni, Kannibaal, uitkwam. Dit jaar brachten ze hun zevende plaat uit, Straks is ook goed. Op zaterdag 8 oktober kan je in onze schouwburg genieten van de première van hun theatertour. Het zal dan de vierde keer zijn dat ze op onze planken staan. De groep is ondertussen gegroeid en geëvolueerd, maar bestaat nog steeds uit dezelfde vijf kernleden. We praatten met Klaas Delrue, zanger, frontman en tekstschrijver van dienst, over 22 jaar kleinkunst.

© Diego Franssens
© Diego Franssens

Klaas haalt meteen goeie herinneringen aan Cc Strombeek naar boven. ‘Marcel Vanthilt is ons hier in 2009 nog een gouden plaat komen overhandigen. Toen dat nog gedaan werd.’

De première van de theatertournee staat bij ons gepland, maar jullie zijn wel al even op tour met de nieuwe plaat.

Klopt. We doen de release van een plaat meestal in de winter of het voorjaar, gekoppeld aan een aantal clubconcerten. In de zomer spelen we dan op festivals en in het najaar volgt een theatertournee. Het zijn drie verschillende circuits en eigenlijk bijna drie verschillende vakken die je daardoor moet beheersen, omdat je het publiek op een andere manier benadert. Theater heeft altijd eerder een winterse sfeer, en ook letterlijk een theatrale sfeer. Je probeert er bepaalde theatertechnieken uit. Je kiest de nummers in functie van de plek. Stilte tussen nummers is heel krachtig in een theatersetting, terwijl je daar op een festival steevast mee op je bek gaat. In theaters werken we ook graag met bindteksten die het geheel aan elkaar breien. Daar zijn we nu mee bezig: de opbouw van de set, welke nummers na welke passen, hoe je dat in elkaar laat overlopen om er een verhaal van te maken.

Met de nieuwe plaat zijn we spaarzaam geweest deze zomer omdat er zoveel broze nummers op staan. Voor een aantal songs zal het de eerste keer zijn dat we ze live brengen. De spanning die voorafgaat aan een theatershow is veel groter. Je hebt een lichtshow bij; je hebt de klank volledig onder controle. De suspense is groot bij het publiek, vol verwachting. Je kruipt helemaal in het universum van de muziek.

Al 22 jaar met dezelfde groep mensen op het podium, dat is toch een prestatie. Hoe hou je zoiets vol?

De wisselwerking tussen de circuits is heel belangrijk voor de afwisseling en we worden omringd door een geweldige crew. We zijn bijna familie.

We vinden het ook belangrijk om onszelf uit te dagen. Voor elke plaat kiezen we een andere producer, zodat we niet in routine vastlopen. Routine is natuurlijk goed in de zin van ervaring en dingen onder de knie krijgen, maar het is gevaarlijk als je op je lauweren gaat rusten.

Een theatertournee is veertig keer hetzelfde doen, maar door elkaar zo goed te kennen en het voor elkaar spannend te maken, blijft het leuk en wordt elke show weer een plezier. We zoeken dus zowel bij de opnames als in performance steeds naar nieuwe elementen om het fris te houden.

Hebben jullie van bij het begin gekozen voor Nederlandstalige nummers?

Ja, we hebben nooit iets anders gedaan. In onze studentenjaren hebben we de opkomst van Gorki, De Mens en Noordkaap meegemaakt, wat voor iedereen die in Vlaanderen met Nederlandstalige muziek bezig was, de heilige drievuldigheid was. Tegelijk had je in Nederland The Scene en Tröckener Kecks. Dat was voor ons voldoende reden om het zelf in het Nederlands te proberen, maar eveneens om het anders te doen. Ik was op dat moment geobsedeerd door kleinkunst en chanson, en ook door Tom Waits. We wilden originele, verhalende teksten schrijven, niet de zoveelste rockgroep in het rijtje zijn.

Op termijn wilden we een uniek geluid creëren, maar ook een herkenbaar taalgebruik. Ik vind het nog steeds een grote uitdaging om in spreektaal te schrijven, maar wel in het algemeen Nederlands. Engels leent zich beter voor popmuziek, dus moeten we meer moeite doen om het goed te laten klinken in het Nederlands, zelfs al is het onze moedertaal.

Dit is jullie coronaplaat. Hoe ervaren jullie het om er nu mee op te treden?

Deze plaat is inderdaad geschreven tijdens de hele coronaperiode, maar we hebben de teksten en de thema’s universeel gehouden zodat ze ook binnen tien jaar nog actueel zijn. Typische thema’s zijn zoeken naar een uitweg of een sprankeltje hoop, escapisme.

Het is wel heel fijn om ermee op het podium te staan. Ik betrap mezelf erop dat ik nog bij ieder optreden tegen het publiek zeg: Hoe fijn is het dat dit terug kan! Het is niet meer vanzelfsprekend. We koesteren die momenten nu net iets meer. De zomer was echt een gevoel van bevrijding.

© Bram Algoed
© Bram Algoed

De titel van de plaat, Straks is ook goed, lijkt nu al bijna opnieuw een oproep tot vertraging, terug naar het rustige leven van de lockdown. Was dat de bedoeling?

Tijdens de eerste lockdown zag iedereen al snel de positieve kanten: meer thuis zijn, een rem op de ratrace. Van zodra echter bleek dat het echt wel lang zou duren, begon het wel te wegen. Niet alleen het financiële plaatje was een probleem, maar de voldoening van je job niet meer kunnen beleven was voor ons en onze sector eigenlijk het ergste.

Je merkt wel aan de nummers dat er ups en downs waren. Sommige liedjes zijn op een wanhopig moment geschreven, andere stralen dan net weer hoop uit. Zelfs in zo’n crisis merk je dat er heel veel verschillende emoties door elkaar lopen.

Het eerste jaar schreef ik bijna niks, of toch niks goeds, maar het tweede jaar was inspirerender. Soms was er licht aan het einde van de tunnel en dan weer een domper. Ik heb wel hoop nodig om te schrijven. Als ik me te slecht voel, lukt het niet.

Fietsen speelde een heel belangrijke rol in mijn leven tijdens die periode. Vandaar dat de fiets ook zo prominent op de hoes staat. Bram Algoed, mijn achterneef die de hoes gemaakt heeft, heeft lang met mij gepraat om te ontdekken waar de plaat zoal over ging. Het is een huis geworden met zicht op allerlei taferelen die we moesten missen tijdens corona.

De nummers gaan vooral over interpersoonlijke relaties, er zijn niet zo veel maatschappijkritische nummers.

Er is één nummer dat over ecologie gaat, maar ook niet heel erg expliciet. Het gaat vooral over de moeilijke vragen van mijn jonge dochter die je niet helemaal wetenschappelijk kan beantwoorden.

Geloofwaardige maatschappijkritiek moet in muziek ook zelfkritiek zijn. Als je als persoon iets belerend zingt naar andere mensen toe, moet je het toepassen op jezelf. In die zin zijn geëngageerde nummers steeds zelfreflectie. De protestsongs uit de jaren 60 en 70 hebben jammer genoeg weinig opgeleverd, dus we zien het niet per se als een must om dat soort nummers te schrijven. Onze generatie muzikanten probeert dat ook wel wat te vermijden, omdat er vaak kritiek op kwam, zowel van publiek als van media. De nieuwe generatie lijkt zich daar niks meer van aan te trekken. Ik merk dat er een hele jonge garde klaarstaat met nummers die je toch (maatschappij)kritisch kan noemen. Merol bijvoorbeeld, da’s echte girl power. De nummers zijn erotisch getint, maar als je goed luistert, dan gaat het over vrouwenrechten.

Je zit zelf ook in de jury van Sound Track (een traject voor jong talent georganiseerd door vi.be). Welk jong talent heb je nog zien passeren de jongste tijd?

Meskerem Mees is een supertalent. En van Rosa Butsi verwacht ik ook veel. De jongeren worden tegenwoordig veel beter omringd en begeleid denk ik, maar echt talent komt toch altijd boven drijven.