Ga verder naar de inhoud

Man in de Mist en De zaak Shell, over de plaats van realiteit en actualiteit op het podium

In oktober staan er in Cc Strombeek twee theaterstukken geprogrammeerd met brandend actuele thema’s. Man in de Mist (13.10) gaat over de impact van een faillissement. De zaak Shell (26.10) behandelt de klimaatrechtszaak die in Nederland liep tegen oliegigant Shell. Theatermakers Christophe Aussems en Rebekka de Wit vertellen ons waarom deze thema’s voor hen een plaats op het podium verdienen.

© karin jonkers
© karin jonkers

Rebekka: ‘De aanleiding om De zaak Shell te schrijven was voor mij het grote verschil tussen het publieke debat en de werkelijke rechtszaak. In het gesprek over klimaatverandering was ik erg in de war over wat mijn eigen verantwoordelijkheid is. En die verwarring is dodelijk, want als iedereen in de war is, kan er niks gebeuren. Hoe meer we (Anoek Nuyens en Rebekka de Wit, de twee makers van het stuk, nvdr) lazen over de zaak, hoe meer bleek dat we in een soort van verantwoordelijkheidscrisis zitten waarbij die als een estafettestokje steeds maar doorgegeven wordt van consument naar bedrijf naar overheid en burger.’

Christophe: ‘Bij elke voorstelling die ik maak is er een persoonlijke link en een maatschappelijke urgentie. In de zomer van 2019 stuitte ik in De Tijd op de kop ‘Meer faillissementen dan ooit’. Tegelijkertijd zag ik zelf in mijn omgeving drie keer de gevolgen van een faillissement. Een kennis verloor niet alleen zijn hebben en houden, maar ook zijn gezin. Een neef ging failliet en betrok er ongewild zijn ouders bij, omdat zijn ouderlijke woonst in de onderneming zat. Een bekende vastgoedmakelaar parkeerde zijn auto dwars over de spoorweg. Het thema werd daardoor erg prangend voor mij. Vaak gaat het bij een faillissement vooral over het materiële verlies. Ik wou een voorstelling maken die inzoomt op wat er met die mensen gebeurt. Dat werd dan Man in de Mist.

Portret Christophe Aussems klein

Het thema werd nog actueler toen de coronacrisis toesloeg. Ik was al bezig met de research en voorbereidingen, maar opeens kreeg dit thema een extra persoonlijke dimensie omdat we niet mochten spelen en moesten nadenken over hoe we deze crisis de baas konden. Ook theatermakers zijn ondernemers.’

Zijn er dan bepaalde stukken herschreven omwille van de coronacrisis?

Christophe: ‘Nee, helemaal niet, maar zoals dat steeds gaat, verschuift de betekenis van een voorstelling mee met de tijd en de actualiteit. De reacties van het publiek zijn heel uiteenlopend. Sommige mensen vragen zich af waar die ondernemers zich zo druk in maken, want het is tenslotte toch maar werk. Andere keren zitten er veel ondernemers in het publiek en komt het verhaal loeihard binnen. Voor ondernemers is en blijft een faillissement het toppunt van falen en meestal lijken ze ook wel te denken dat het hun persoonlijke verantwoordelijkheid is. Het gaat ook over identiteit want wat we doen bepaalt voor een groot deel wie we zijn. Zo vertelde een ondernemer: “Als ik mijn zaak verlies, wie ben ik dan nog?”

Hoe meer we lazen over de zaak, hoe meer bleek dat we in een soort van verantwoordelijkheidscrisis zitten waarbij die als een estafettestokje steeds maar doorgegeven wordt van consument naar bedrijf naar overheid en burger.

Verantwoordelijkheid is in beide stukken wel een belangrijke thema.

Christophe: ‘De meest gehoorde zin in alle interviews die ik deed met ondernemers is: ‘Ik ging het nog oplossen.’ Ze straffen zichzelf voortdurend als ze falen, terwijl ze niet altijd alles in de hand hebben. Soms kan je er niets aan doen en zou je je minder persoonlijk verantwoordelijk moeten kunnen voelen.. Pas op, dat vind ik niet over Rebekka’s thema!’

Rebekka: ‘De zaak Shell trekt daar niet echt conclusies over, maar laat wel zien dat er heel wat verwarring is over verantwoordelijkheid. Tijdens het debat wordt het schaalverschil tussen de consument en een bedrijf als Shell voortdurend genivelleerd.

Alsof een mier evenveel zou moeten kunnen dragen als een dinosaurus. In een debat zie je altijd twee individuen tegenover elkaar, alsof ze gelijken zijn, maar ze representeren iets anders. Zo wordt het al snel verleidelijk om te denken dat je als consument te weinig verantwoordelijkheid opneemt terwijl de andere partij, Shell in dit geval, uiteindelijk wel een veel grotere verantwoordelijkheid heeft. We zitten eigenlijk met z’n allen opgesloten in een fossiel systeem. De consument is afhankelijk van en verslaafd aan het systeem en het is onmogelijk om hem nog meer verantwoordelijkheid toe te schuiven. Op dit moment ligt de bal volgens mij in het kamp van de overheid en de burgers.’

De kracht van theater ligt vooral in de verbeelding. We hoeven de oplossing niet te geven als theatermakers, maar we geven wel een hele zaal iets om over na te denken of te praten.

Jullie deden allebei heel wat research voor deze voorstellingen. Rebekka, jij las duizenden pagina’s verslagen en kocht een aandeel van Shell om alles op de voet te kunnen volgen. Christophe, jij interviewde talloze ondernemers. Hoe belangrijk is die research?

Christophe: ‘Ik begon als een leek in de materie van faillissementen. Theater maken is een goede aanleiding om je te verdiepen in iets waar je weinig van weet. Het begint dan sowieso met studeren en lezen. Ondertussen maak ik een lijstje van mensen die ik wil spreken in een video-interview. Ik probeer dat te beperken tot een tiental personen. Op voorhand weet ik wat ik wil vragen, maar ligt de verhaallijn van de voorstelling nog niet vast. Die wordt bepaald door wat ik aangereikt krijg in het interview. Voor Man in de Mist sprak ik met een curatrice, belangenorganisaties, met de cel Vermiste Personen en uiteraard ook met ondernemers in faillissement. Met ervaringsdeskundigen praat ik toch al snel vijf uur. Voor het schrijven van de voorstelling vertrek ik dan vanuit fragmenten uit die interviews. Soms blijf ik heel dicht bij wat ze vertelden en kopieer ik hun zinnen, hun mimiek, ritme van spreken. Maar ik breng ook verschillende getuigenissen samen in één verhaallijn en schrijf zelf nieuwe fragmenten, geïnspireerd door mijn research. Zo krijg je een fictionalisering, maar blijf ik dicht bij de perspectieven van mijn getuigen.'

Rebekka: ‘Bij mij was het wel een vrij monsterlijke research en dat terwijl ik me net had voorgenomen om niet te veel research meer te doen. Vaak had ik het gevoel dat ik te veel wist en om dat dan in anderhalf uur te proppen, was nooit een leuke oefening. De vorige voorstelling die ik met Anoek Nuyens maakte, ging over de verantwoordelijkheid die we hebben als kunstenaars om het verhaal van de klimaatcrisis te verbeelden. We kwamen toen ook uit bij de rechtbank, als een baken waarin we nog steeds geloven, maar waar ook steeds meer grensverleggende dingen gebeuren.

Rivieren en dieren krijgen opeens een stem, een toekomstige generatie heeft al rechten. Toen startte de zaak tegen Shell in Nederland en dat trok meteen onze aandacht. Oorspronkelijk was het niet de bedoeling om daar een stuk over te maken, maar dat hele discours over de consument binnen die zaak fascineerde me. Voor het stuk hebben we uiteindelijk partij per partij onder de loep genomen. Hoe maak ik van al die verschillende consumenten één rol? Wat is het dominante discours van de overheid? Concreet hebben we alle speeches van CEO’s van Shell gelezen, dag na dag het nieuws gevolgd, maar ook filosofische werken gelezen over burgerschap tot het Akkoord van Parijs en speeches van Greta Thunberg. We hebben geprobeerd om in elke stem een soort oerklank te verwoorden. We vonden het vooral belangrijk om de stem van de burger, de klimaatactivist en de toekomstige generatie zo duidelijk mogelijk te maken omdat ze in het echte debat ondervertegenwoordigd zijn.’

Wat willen jullie graag bereiken met deze stukken en met theater in het algemeen?

Christophe: ‘De kracht van theater ligt vooral in de verbeelding. We hoeven de oplossing niet te geven als theatermakers, maar we geven wel een hele zaal iets om over na te denken of te praten.’

Rebekka: ‘In tegenstelling tot andere media heeft theater vaak al wat meer abstractie. Het is minder dan film een echte nabootsing van de realiteit. Er zit een enorme vrijheid in dat tussengebied, een plek waar je op een veel meer verbindende manier kan praten over dingen. Die collectieve live ervaring draagt ook bij aan het samen zoeken.’

Christophe: ‘Ik voel ook wel aan dat mensen net daarom naar het theater komen: om dat samen te beleven en om die collectieve denkoefening te doen.’