Ga verder naar de inhoud

Amor Mundi, theater over vrijheid en burgerparticipatie

Het nieuwe stuk van Malpertuis, Amor Mundi, speelt zich af in 1977. Een ander tijdsgewricht met andere gevoeligheden, maar desalniettemin met thema’s die nog steeds even actueel zijn. We volgen hoofdpersonage Rainer Fassbinder (cineast) tijdens een turbulente nacht en in de dialogen met zijn vriendin en moeder ontdekken we een caleidoscoop aan meningen en visies op wat er die nacht gebeurt. De Rote Armee Fraktion, hun acties en hun motivatie, worden onder de loep genomen en hevig bediscussieerd. Cc Strombeek praat met theatermaker en regisseur Piet Arfeuille.

© Paul Decloedt
© Paul Decloedt

Laten we beginnen bij het begin. Vanwaar de titel Amor Mundi?

‘Amor Mundi’ is een begrip van Hannah Arendt (Duits-Amerikaans Joods filosofe). Letterlijk betekent het ‘liefde voor de wereld’. Iedere mens moet ervan uitgaan dat hij kan bijdragen aan die zogenaamde liefde voor de wereld door zich uit te spreken. Het woord is een politieke daad, stelt zij. Als je als burger je mening verwoordt, draag je bij aan het grote debat over de wereld. Dit overlapt met wat Fassbinder in het stuk zegt tegen zijn moeder: ‘Het is altijd beter om te spreken dan om te zwijgen.’ Het is in de kern een oproep tot burgerparticipatie, om het dan met een meer hedendaagse term te zeggen. Je verantwoordelijkheid hoeft zich niet te beperken tot de obligate aanwezigheid in een stemhokje. In een kapitalistisch systeem wordt vooral de rol van de consument aangemoedigd. Dat is degene die geld opbrengt. Door wie en hoe je wil vertegenwoordigd worden, daar gaat de rol van de burger over. Die rol verdwijnt naar de achtergrond.

Je kan ook daadwerkelijk deelnemen aan het debat over hoe je een samenleving moet inrichten door je uit te spreken. De hele voorstelling is dan ook een pleidooi voor het woord en de dialoog. Ik heb het gevoel dat we nu in een tijdperk zitten waarin de strijdbijl opgraven belangrijker is dan empathie opbrengen om elkaars standpunt te begrijpen. Het zijn polemische tijden, erg zwart-wit. Polemiek wordt gecultiveerd. Ik vind dat een probleem, want verdieping en nuance boeten daarbij in. Deze voorstelling gaat vooral over blijven praten en jezelf blijven verplaatsen in de ander. Zo wordt je eigen denken opengebroken.

Het is altijd beter om te spreken dan om te zwijgen.

Amor Mundi024

Zeer actuele en veel besproken thema’s voor een stuk dat zich in de jaren ‘70 afspeelt.

Het stuk biedt ook een tijdsbeeld van de jaren ‘70. Dat waren toch wel andere tijden. In het kielzog van de jaren ‘60 was er een grote vrijheidsgedachte voor het individu, gekoppeld aan het tegengestelde van puriteins. Heel vrij, open, ook wat seksualiteit betreft. Denk aan de flower power. Men geloofde toen nog oprecht dat men de wereld kon veranderen en verbeteren, wat een groot verschil is met nu. Er is nu toch heel wat meer cynisme, waardoor dat geloof een zware slag heeft gekregen. Er was in de jaren ‘70 een heel levendig verzet tegen de erfenis van de oorlog, wat nu verdwenen is. Dat bewijst de huidige oorlog in Oekraïne. We moeten met lede ogen aanzien dat de geschiedenis vergeten wordt. Het verzet van toen, en dan vooral in Duitsland, kwam vooral doordat er nog heel wat ex-nazi’s in machtige posities zaten. Dat was de belangrijkste motivatie voor de acties van de RAF (Rote Armee Fraktion). Zij wilden dat er komaf werd gemaakt met de straffeloosheid. In het stuk worden de radicale acties van de RAF niet goedgekeurd, maar wel gezien als nodig, zelfs als het slachtoffers met zich meebrengt.

Het stuk is in die zin een tijdsbeeld dat niet langer overeenstemt met dat van nu en tegelijk weer wel. Jonge mensen van nu herkennen zich in de provocatieve radicaliteit waarmee Fassbinder praat over democratie. Het radicale van vandaag is bijna dwangmatig voor hen. ‘Als je geen radicale mening hebt, dan ben je een softie,’ zeggen de jongeren van nu. Het lijkt wel alsof ze zich niet kunnen permitteren om een genuanceerde mening te hebben. Dat ligt in het verlengde van de woke beweging: bepaalde dingen mag je zeggen, andere niet.

Wat jongeren goed vinden aan deze voorstelling is dat er geen enkele mening opgedrongen wordt, maar dat er allerlei meningen naast elkaar worden gezet. Door die verschillende opinies naast elkaar te plaatsen, moet je jezelf voortdurend opnieuw verhouden tot die meningen. Zo kom je bij een genuanceerde mening uit.

Ik heb persoonlijk een heel groot probleem met fanatisme. Het is eenzijdigheid, een gebrek aan empathie. Deze voorstelling, die een pleidooi voor dialoog vormt, is daarom ook zo belangrijk voor mij.

De vraag die dit stuk wil oproepen is: wat kan je doen om een bijdrage te leveren aan een betere gemeenschap?

De terroristische acties van de RAF werden toen toch anders beoordeeld dan terreur nu.

Er was een zekere sympathie vanuit de linkerhoek voor de RAF, omdat ze zich uitspraken tegen kapitalisme, imperialisme en de wandaden in Vietnam. Dat zijn allemaal thema’s waarmee links zich kon verzoenen. Over het algemeen werd de terreur wel veroordeeld. De moeder van Fassbinder zegt ook in het stuk dat het geen excuus mag zijn om te moorden. Fassbinders repliek is: ‘De staatshoofden van vandaag zijn de terroristen van gisteren.’ Je kan moeilijk terreur goedpraten, maar je kan wel proberen de kijk breder te maken door bijvoorbeeld zo’n dingen te zeggen. Heel veel democratieën zijn geïnstalleerd middels geweld. Soms is geweld de enige uitweg als de rechten van een volk al een hele tijd met de voeten worden getreden. Het citaat van Fassbinder trekt de betekenis van het woord terreur open. Hij zegt: ‘Het zijn vrijheidsstrijders. Niemand noemt zichzelf terrorist.’ We proberen in de voorstelling zeker niet het geweld aan te moedigen, maar laten zien dat het niet zo zwart-wit is als we denken.


Proberen jullie vrijheid te definiëren in het stuk?

Men spreekt over positieve vrijheid en negatieve vrijheid in veel geschriften. De negatieve vrijheid is: ‘ik wil vrij zijn van…’ Je eigen zin doen, je van de ander niks aantrekken. De positieve vrijheid, zoals men het eigenlijk bedoeld heeft, is ‘vrij zijn tot…’ Het is de positieve vrijheid die opnieuw wat meer in het daglicht moet worden gesteld. Het is een groot onderwerp, zeker in individualistische tijden waar die verwarring tussen positieve en negatieve vrijheid snel ontstaat. De vraag die dit stuk wil oproepen is: wat kan je doen om een bijdrage te leveren aan een betere gemeenschap?

Welke rol speelt theater voor jou in de huidige maatschappij?

Voor mij is theater een spiegel. Een live spiegel dan nog wel, in tegenstelling tot de spiegel die tv of film ook kan zijn. Het unieke van theater is dat je de levende mens voor je ziet. De mens speelt zichzelf, zodat de mens naar de mens kan kijken. We spelen hoe we in elkaar zitten. Als het publiek ernaar kijkt, hoop je dat ze dit herkennen en daar reflectie aan kunnen ontlenen. We zitten soms zo hard vast in ons eigen denken en hebben vaak iets van buitenaf nodig om ons bewust te worden hoe we in mekaar steken.

Het is ook troost. We zijn allemaal maar mensen die proberen en op onze bek gaan. Theater laat zien dat iedereen maar aan het proberen is.

Dat is de bestaansreden van theater en ze is zo oud als de straat!