Archief Expo / Museumcultuur

In het tweede luik van Arte Povera A-Z wordt aandacht besteed aan het werk van twee zeer belangrijke kunstenaars die tot vandaag een internationale rol van betekenis blijven spelen. In intense dialoog met de kunstenaars werd in Strombeek een uiterst nauwgezette duotentoonstelling samengesteld van Giovanni Anselmo (1934) en Gilberto Zorio (1944), beiden nog steeds heel actief in de Italiaanse stad Turijn. De tentoonstelling legt verbanden tussen twee oeuvres die gekenmerkt worden door zeer verschillende conceptuele en formele uitgangspunten, maar niettemin door de kunstwereld worden gerubriceerd onder hetzelfde label “arte povera”.

Giovanni Anselmo maakt kunst vanuit een formele armoede die de grenzen van onze fysiek-zintuiglijke receptie ver te buiten gaat. Anselmo had in 1968 zijn eerste solotentoonstelling in Galerie Enzo Sperone in Turijn en nam vervolgens deel aan zowat alle tentoonstellingen van belang. Gilberto Zorio is en blijft een kind van Turijn waar hij zich, na een opleiding als schilder en beeldhouwer, al vanaf 1966 manifesteerde als zelfstandig kunstenaar. Zijn eerste solotentoonstelling had Gilberto Zorio ook al bij de onvolprezen galerie van Enzo Sperone in Turijn in 1967, waarna de jonge kunstenaar deelnam aan alle tentoonstellingen van belang. Zorio was een intieme vriend van Jan Hoet waardoor zijn werk goed en wel vertegenwoordigd is in de collectie van het S.M.A.K. in Gent. Zijn werk is symbolisch geladen met tekens zoals de vijfpuntige ster, de speer of de kano. Zorio is een alchemist die experimenteert met chemische vloeistoffen, piepschuim en andere materialen die vloeibare “energie” evoceren. Gilberto Zorio broedde voor deze presentatie op een ensemble werken dat zijn begrip van “energie” tot uitdrukking brengt aan de hand van zorgvuldig uitgekozen werken uit (privé)collecties in binnen- en buitenland.

Arte povera is een begrip op los zand, maar wie deze twee grootmeesters aan het werk ziet en hun werk na deze verrijkende verkenning juist aanvoelt, merkt dat zij het gedachtegoed van de beweging levend houden met werk dat nog steeds voortdrijft op de fragiele golf van eenieders existentie. Dat het oeuvre van deze twee kunstenaars danig van elkaar verschilt, bewijst dat de creatieve energie van de mens nooit in een mal kan worden gevangen. De kunst is het privilege van de menselijke vrijheid en die vrijheid kan moeilijk verkokerd of bedwongen worden. De “co-habitation” tussen het werk van Giovanni Anselmo en Gilberto Zorio krijgt een visuele weerklank in de presentaties van de jonge Italiaanse kunstenaars Roberta Gigante en Dario D’Aronco. Voor haar bijdrage aan Arte Povera A-Z vervolgt Roberta Gigante (1986) een bestaand onderzoek naar communicatie en de overdracht van gebaren doorheen de tijd door de productie van objecten en situaties. Deze werken zijn een meer intieme voortzetting van haar interventies in de publieke ruimte.

Dario D’Aronco (1980) creëerde in het eerste deel een echo die met minimale middelen kunsthistorische precedenten, polyfonie en avant-garde “nieuwe” muziek in herinnering bracht. Zijn bijdrage aan dit tweede luik breit hierop voort door restelementen van die installatie te herwerken tot een nieuwe installatie.

 

Raadpleeg hier de publieksbrochure.