Meestal zijn deze interviews het resultaat van een gesprek met een kunstenaar die zijn of haar werk tentoonstelt in Cc Strombeek. Ook ditmaal is een kunstenaar aan het woord, in het kader van een tentoonstelling. Alleen is Guy Rombouts’ bijdrage aan de tentoonstelling geen kunstwerk, maar de structuur van de tentoonstelling zelf, de scenografie zeg maar.


Beeldend kunstenaar Guy Rombouts is zijn hele leven al bezig met het maken van lijstjes. Deze opsommingen telden telkens 26 elementen en vormden zo een nieuw alfabet. In de jaren ’80 ontwikkelde hij het Azart-alfabet. Het Azart (een oude schrijfwijze van het Franse ‘hasard’, oftewel ‘toeval’) is sindsdien een weerkerend element in Rombouts’ praktijk geworden. Telkens vindt hij nieuwe mogelijkheden om deze schriftuur te activeren.


De tentoonstelling ‘EEN VERTALING VAN DE ENE TAAL NAAR DE ANDERE’ viert het twintigjarige bestaan van het S.M.A.K., het Museum voor Actuele Kunst te Gent. De tentoonstelling zal bestaan uit twee delen en voor het eerste luik neem jij de mise-en-scène in handen. Hoe ga je hiervoor tewerk?


Voor het eerste deel selecteerden Dirk De Vos, Anthony Hudek en het Strombeekse curatoren-duo Luk Lambrecht en Lieze Eneman elk zeven werken uit de collectie van het S.M.A.K. Dat maakt een totaal van 21 werken. Het bijzondere aan deze werken is dat ze nog nooit eerder getoond zijn geweest. Voor de scenografie ben ik daarom vertrokken van de x- en de y-as. In de algebra zijn x en y onbekenden. Voor het publiek zijn de kunstwerken ook nog onbekenden. Ze hebben iets duister, iets onbekend.
De assen snijden elkaar ook loodrecht. In de tentoonstellingsruimte heb ik daarom alle schuine hoeken weggewerkt, er zijn dus enkel rechte hoeken te vinden. Niet alleen zullen alle wanden in rechte hoeken op elkaar staan, maar bijvoorbeeld ook de raamlijsten, die afgerond zijn, werden recht gemaakt.

 

‘Het bijzondere aan deze werken is dat ze nog nooit eerder getoond zijn geweest. Ze hebben iets duister, iets onbekend’


Heb je ook nu beroep gedaan op het Azart-alfabet?


Ja, het titelbeeld van de tentoonstelling komt voort uit het Azart-alfabet. In dit alfabet bestaat een type waarin elk letterteken een snijpuntloze lijn vormt. Er bestaat ook een versie waarin elke letter een kleur wordt (A = Aquamarijn, C = Citroengeel, E = Eigeel…) en aan een klassiek lettertype gelinkt wordt (B = Bodoni, F = Futura, H = Helvetica…). Voor  het titelbeeld heb ik een combinatie van deze laatste twee versies gebruikt. Alle namen van de kunstenaars zijn naast elkaar geplaatst, je leest ze van boven naar beneden.

In de tentoonstelling zelf ga ik niet zo ver om de kunstwerken letters van het alfabet te laten worden (lacht).


Is het nieuw voor jou om een scenografie maken voor werken?


Het is nu de tweede keer dat ik zorg voor het kader waarin het werk van een andere kunstenaar wordt getoond. Dit is dus wel een nieuwe ontwikkeling voor mij. Vorige herfst ging het om een tentoonstelling in Herentals bij het kunstencentrum Hugo Voeten. De toenmalige curator Simon Delobel had mij uitgenodigd om mee te werken aan de presentatie van het werk van Leon Van Essche, een underground kunstenaar van de jaren ’60, die tot de Belgische beat generation behoorde en medestichter was van het tijdschrift Labris. Omdat ik Leon Van Essche vroeger nog heb gekend en omdat ik dat werk erg apprecieer, ben ik op dat spontane voorstel ingegaan.

In de jaren ‘80 heb ik trouwens ook eens met het werk van andere kunstenaars gewerkt, al was dat geen echte scenografie. Ik ben toen vertrokken van Karel Geirlandts kritische opsomming uit de jaren ’60 van kunstenaars die ontbraken in de Belgische openbare collecties. Voor dit werk heb ik van elke kunstenaar een reproductie gezocht waarop ik de naam van de kunstenaar plaatste uitgesneden in het Azart. Dit kwam in een kader terecht met de werkelijke afmeting van het originele werk.


Centraal in de tentoonstelling in Cc Strombeek staat Lawrence Weiner. De titel van deze expo is een werk van hem: EEN VERTALING VAN DE ENE TAAL NAAR DE ANDERE. Hoe verbind je dit werk met jouw mise-en-scène?


Er komt een grote versie van Weiners werk in de tentoonstelling te hangen. Maar de titel sluit eigenlijk ook aan bij mijn werk: in zekere zin gaat het met dat Azart-alfabet ook om een vertaling van het Romeinse alfabet naar het Azart-alfabet, dat op zijn beurt zelf ook nog eens teruggrijpt naar het Fenicisch alfabet. De Feniciërs hadden hun alfabet opgebouwd aan de hand van het principe van acroniemen: de letterbeelden verwijzen naar een concreet gegeven. De L in het Grieks, de lambda, is een abstracte naam geworden, maar komt oorspronkelijk van het Fenicische lambet, wat ploeghaak betekent en een L-vorm - heeft. Mnemotechnisch is dat gemakkelijk te onthouden,  waarschijnlijk is deze letter daarom in het Romeinse alfabet beland is.


‘Ik krijg soms nog brieven in Azart!’

In het Azart gebeurt hetzelfde, maar met lijnsoorten: A is Angulair, B is Barensteel, C is een Curve, E een Elleboog, Z is Zigzag. Het idee om met lijnsoorten te werken komt van rivieren. Ik  heb eerst een alfabet van rivieren gemaakt, maar dat was technisch niet haalbaar en de rivieren bleken ook onherkenbaar te zijn. Dus zocht ik iets dat gemakkelijker in de hand ligt en kwam uit bij lijnsoorten. Ik krijg soms nog brieven in het Azart! En vroeger was er een koppel waarvan de man veel op reis was. Hij en zijn vrouw faxten elkaar in het Azart wanneer het over meer persoonlijke dingen ging. Het was mijn bedoeling natuurlijk niet om er een geheimschrift van te maken, maar het leent zich er wel toe.


Je maakt de scenografie voor het eerste deel van de expo, maar ben je ook bij het tweede deel betrokken?

 

Ik ben bij beide delen betrokken, maar ben nu vooral bezig met het eerste deel. Het tweede deel is momenteel nog niet helemaal duidelijk. Er komt een nieuwe selectie werken, terug uit de collectie van het S.M.A.K., maar niet geselecteerd door dezelfde personen. Het wordt een reflectie over de toekomst van wat musea en collecties.


Je maakt de mise-en-scène voor werken uit de collectie van het S.M.A.K. Heb je een speciale band met dit museum?


Niet echt, ik heb wel tentoongesteld in verschillende expo’s van Jan Hoet. De eerste keer was in ’79 tijdens de groepstentoonstelling Aktuele Kunst in België: Inzicht/Overzicht. Jan Hoet kende ik ook al langer, hij heeft net als ik zijn jeugd doorgebracht in Geel.

Ik denk dat het allemaal eerder toeval is. Zowel het feit dat ik nu voor de tweede keer gevraagd wordt om een scenografie te maken als het feit dat dit voor de collectie van S.M.A.K is. Gek is wel dat er geen werk van mij in de S.M.A.K-collectie te vinden is! Onlangs kreeg ik een brief van S.M.A.K., omdat ze een aantal werken van mij gevonden hadden. Die werken waren achtergebleven na een tentoonstelling die ik daar gehad heb. Het loopt gek genoeg allemaal samen!


Waar ben je vandaag verder nog mee bezig?


Ik zou een boek willen uitbrengen, ik heb nog heel veel werk dat niemand heeft gezien. Maar daarvoor moet ik eerst mijn eigen archief op orde brengen.

En wat scenografie betreft, ben ik bezig met de collectie van Jaap Kruithof. Hij was moraalfilosoof en als ontspanning en protest tegen de consumptiemaatschappij heeft hij meer dat 10.000 dingen verzameld. Hij ging naar rommelmarkten en kringloopwinkels en kocht wat hij betaalbaar en intrigerend vond. Zijn vrouw had hem naar de kelder verbannen, daar stonden de dingen opgeslagen, op legplanken en gerangschikt per soort.


‘Het Azart-alfabet was in zeker zin ook een reactie op mijn oude verzamelwoede’


Dit gaat terug  op jouw vroegere werk, waarin je zelf ook dingen verzamelde en oplijstte! Doe je dat nog steeds, dingen verzamelen?


Nee, ik heb meer dan spullen genoeg ondertussen! (lacht) Het Azart-alfabet was in zekere zin ook een reactie op mijn oude verzamelwoede. Een alfabet is immaterieel en toch is elke letter gelinkt aan een voorwerp.

Maar ja, nu komt dit weer boven... De verzameling van Kruithof zit in het MAS in Antwerpen. De vorige directeur van het volkskunde museum heeft de verzameling opgenomen in haar archief, en het volledige museum is later ondergebracht geweest in het MAS. Maar de directeur weet niet goed wat hiermee aan te vangen en sprak daarom Benjamin Verdonck aan. Benjamin vroeg me om samen na te denken over wat we met deze collectie kunnen doen. Dus misschien komt hier toch nog weer een scenografie van pas!