Na zes jaar herneemt Willem de Wolf zijn monoloog Krenz, de gedoodverfde opvolger. Dit in het kader van de dertigste verjaardag van Compagnie de KOE. In het stuk legt de Wolf een parallel tussen zijn eigen jeugd en het verhaal van Egon Krenz, een Oost-Duitse politicus die leider van de DDR was in de tijd van de val van de Muur. 

De Wolf vertelt over opgroeien in het Groningen van de jaren ‘70: “Pal na de Tweede Wereldoorlog was de communistische partij in Nederland heel groot. Ook de communistische krant De Waarheid werd veel gelezen. Maar al heel snel werden de communisten door de conservatieve partijen buitengesloten van de regeringsverantwoordelijkheid. Vervolgens kwam de Koude Oorlog op gang en kregen we problemen met het Warschaupact. Toen is de populariteit van het communisme meer en meer afgenomen. In Groningen was het echt wel belangrijk. Het was echt een ding.”
Ook in de Wolfs gezin werd het communistische gedachtegoed enthousiast beleefd. “Er werd veel politiek gediscussieerd. En radicaal. Uit zo’n links radicaal milieu komen is wel leuk hoor. Je vader iets radicaals horen zeggen, dat is echt heel fijn. Dat zijn speciale sensaties. Vooral omdat het inging tegen de gevestigde orde.”


De nieuwe mens die de oude mens na wil doen

"Nu zijn er geen grote verzetsbewegingen meer", zegt de Wolf, "Uiteindelijk is het allemaal ook wel heel snel gegaan en zou je je kunnen afvragen: hoeveel kans heeft die communistische beweging nou eigenlijk gehad? Wanneer was Marx? Halverwege de 19e eeuw. Toen begon het een beetje. En in 1989 was het alweer afgelopen. Dus iets meer dan een eeuw hebben we die beweging gehad.” Ook de DDR was kansloos: “Vooral omdat de economie in de Westerse wereld enorm vooruit ging… dan wilde iedereen dat ook.”

 

“Het gaat niet om de nieuwe mens; het gaat om de nieuwe mens de oude mens na wil doen”


Net als filosoof Peter Sloterdijk linkt de Wolf ideologie aan wrok. “Alle revolutionaire bewegingen komen voort uit zo’n ongelofelijke armoede; het is niet raar dat daar wrok achter zit.” Hij illustreert deze beweegreden met een voorbeeld uit de Oost-Duitse design traditie: “Via Bauhaus werden heel mooie huishoudelijke dingen gemaakt. In de DDR wilde men die design traditie na de oorlog verder zetten, want Bauhaus lag in Dessau, in Oost-Duitsland. Men heeft de eerste jaren geprobeerd om die dingen na te maken: dat werd dan de Nieuwe Zakelijkheid. Heel mooie, goed vormgegeven dingen, maar… de mensen wilden dat niet. Ze wilden het liefst kroonluchters en gecapituleerde stoelen. Mensen wilden eigenlijk het liefst zitten in het meubilair waarvan ze dachten dat de machthebbers daar vroeger in zaten. Daarom kun je denken: het gaat niet om de nieuwe mens; het gaat om de nieuwe mens die de oude mens na wil doen.”

Onrede en onrechtvaardigheid

Krenz, de gedoodverfde opvolger, bevat naast historische ook autobiografische elementen. De Wolf noemt het ‘gechargeerd autobiografisch’. “Sommige dingen zijn wat aangezet en verzonnen omdat me dat goed uitkwam en omdat het beter is voor het verhaal – maar het is wel begonnen met authentieke bronnen.”


“Ik zou niet eerlijk zijn als ik zou zeggen dat wat er nu gaande is in de wereld me erg verontrust”

Het stuk ging in première in 2011. Is er intussen veel veranderd in de wereld? “Ik zou niet eerlijk zijn als ik zou zeggen dat wat er nu gaande is in de wereld me erg verontrust. Het rare is dat ik me afvraag of ik dat niet altijd al heb gedacht. Ik was ook erg verontrust in de tijd waarover ik de tekst schreef. De tijd van de Koude Oorlog, in het gevaar van de atoombom, toen was ik ook wel bang. Maar dat ben ik nu ook. Hoe ga je om met volstrekte onrede? Ik begrijp werkelijk niet hoe je om dient te gaan met zo’n man die daar vanuit het Witte Huis dagelijks iets twittert.”

De Wolf schreef Krenz in een tijd waarin het aantonen van onrechtvaardigheid nog impact had. Intussen lijkt dat niet meer zo te zijn. De media schrijven maar wat, zegt hij. “Het is niet zo dat politici in het nauw gebracht worden door het aantonen van een werkelijk onrechtvaardige daad ten aanzien van vluchtelingen, ten aanzien van het milieu, ten aanzien van inkomensverschillen, ten aanzien van de derde wereld, ten aanzien van Afrika,….
Er wordt niets mee gedaan. Er wordt gezegd dat het niet belangrijk is, of men zegt: ‘daar hebben we het niet over’. Het lijkt gewoon niet uit te maken. En je kunt je afvragen waarom dat zo is; waarom er geen grote anti-bewegingen meer zijn. Ik weet dat niet precies. Er was natuurlijk wel een grote anti-beweging, maar ja, die is mislukt. En daar gaat de tekst ook over. Ik heb het gevoel dat alle anti-bewegingen marginaal zijn. Het lijkt er op dat de enige beweging die zich steeds weet te handhaven de oudere witte man is.”

 

“Ik heb het gevoel dat alle anti-bewegingen marginaal zijn. Het lijkt er op dat de enige beweging die zich steeds weet te handhaven de oudere witte man is”

 

“Tijdens een van de allereerste literatuurcolleges moest ik een beetje wenen omdat ik me zo op mijn plek voelde, me zo thuis voelde, me zo aangenaam voelde bij de taal en bij wat me in die taal werd verteld”


Het ontstaan van de monoloog

De tekst van Krenz, de gedoodverfde opvolger is naast een voorstelling ook de Wolfs bachelor proef. Hij studeerde tussen 2004 en 2009 Duitse Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. “Ik heb ooit wel eens opgeschreven in een tekst – echt waar – dat ik tijdens een van de allereerste literatuurcolleges een beetje moest wenen omdat ik me zo op mijn plek voelde, me zo thuis voelde, me zo aangenaam voelde bij de taal en bij wat me in die taal werd verteld. Dat heb ik natuurlijk niet aldoor gedaan.”

Duits studeren was m’n alternatief toen ik een jaar of 18 was. Naast het feit dat ik héél graag naar de toneelschool wilde, had ik in mijn achterhoofd: misschien ga ik wel Duits studeren. Omdat ik een aantal boeken gelezen had… Ik vond dat toch wel fijn, die Duitse literatuur. En in 2004, kreeg ik in het gezelschap waarin ik in Nederland begon geen subsidie meer en had ik zoiets van: ‘ze kunnen allemaal de rambam krijgen; ik kom nooit meer terug’. Ik snapte gewoon niet dat ze ons niet honoreerden en al die andere onzin wel en dacht: ‘ik doe gewoon niks meer’. Toen ben ik gaan studeren en door dat studeren wilde ik ook al snel weer iets gaan maken. Ik was een oude leerling en op de universiteit wisten ze ook wel wat ik deed. Daardoor kreeg ik ruimte in de ontwikkeling van mijn scriptie. Ik was vrij in de vorm. Het mocht ook een beetje autobiografisch-historisch zijn. En toen ik zei dat ik van plan was er ook nog eens een toneelstuk van te maken, waren ze helemaal opgetogen.”

 

De tekst is – zoals de Duitsers zeggen – een Auseinandersetzung met mijn vader”


"De tekst heeft voor mij heel veel betekenissen. Het is – zoals de Duitsers zeggen – een Auseinandersetzung met mijn vader. Daarnaast is het mijn eerste solo-voorstelling die ik in Vlaanderen maakte. Ik heb ermee op het theaterfestival gespeeld: het was een enorme binnenkomer hier in Vlaanderen. Het gaat over mijn eigen ideeën: over wat het is om progressief te zijn, links te zijn, radicaal te zijn. Het gaat over of je mag liegen over mensen die bestaan. Mag je liegen over jezelf, over je vader, over Krenz? Ik las de tekst terug en zag: ‘ah, dit heb je bedacht’. Ik ken de geschiedenis goed en toen ik het weer terug las, merkte ik dat ik wel wat aangepast heb.”


Dialectiek binnen de KOE

Mede dankzij Compagnie de KOE kreeg de Wolf de kans om Krenz tot een theatervoorstelling te maken. Hij is enorm dankbaar dat Peter Van den Eede hem negen jaar geleden vroeg om bij het gezelschap te komen. “Het voordeel van in een gezelschap zitten is dat er, naast een soort verantwoordelijkheid hebben voor het maken van dingen, er ook ruimte is voor jezelf. Ik bedoel: ik heb echt het gevoel dat ik m’n taal, m’n spel en m’n denken heb verbeterd en ontwikkeld binnen de KOE. Natali [Broods, nvdr.] en Peter zijn ook echt mensen die er op uit zijn elkaar beter te maken. Dus voor mij is dat ideaal. Er zitten dualiteiten in zo’n driemanschap. We zijn met z’n drieën aldoor in dynamiek. En die dynamiek is na negen jaar wel uitgekristalliseerd. Ik bespeel veel meer een politieke agenda dan Natali of Peter, maar in de dynamiek met hen wordt dat bij mij ook elke keer weer ter discussie gesteld. Om maar een Marxiaans woord te gebruiken: die dialectiek is heel erg fijn en doet me ook heel veel goed.”