In zijn voorstelling ‘A Street Concert’ brengt Pieter Embrechts muzikale portretten van acht mensen die hij op de Turnhoutsebaan in Borgerhout, Antwerpen, heeft ontmoet. De verhalen van deze mensen worden verteld via beelden, muziek en theater. “Het is een heel bewuste keuze geweest om een aantal liefdes van mezelf te combineren: ik maak graag muziek, ben geïntrigeerd door waarachtige verhalen die iets blootleggen, ben graag met mensen bezig en werk graag met beeldtaal.” Met deze voorstelling wil Pieter de toeschouwer laten kennismaken met acht mensen, die elk een stukje van hun levensverhaal delen. “Ik wil die verhalen in hoge mate voor zichzelf laten spreken. Het is aan het publiek om daar iets uit te halen of niet.”   

“Ik liep al heel lang met het idee rond om een concert te maken, gebaseerd op interviews met mensen”, vertelt Pieter. “Wanneer ik in de Roma naar een voorstelling ging kijken of gewoon mensen ontmoette, was dat besef er altijd en dacht ik soms: ‘Misschien is dat een interessant verhaal om iets mee te doen’.” Het maakproces van zijn voorstelling kwam in een stroomversnelling terecht dankzij zijn nummer ‘Hier in Borgerhout’. “Dat is een bewerking van het nummer van Tom Waits ‘In The Neighborhood’. Mijn versie van dat nummer was oorspronkelijk geschreven om maar één keer te spelen in de Roma, omdat de Roma op dat moment tien jaar bestond. Er kwamen zoveel reacties op dat liedje dat ik het ben blijven spelen. Uiteindelijk kwam het ook op mijn plaat ‘Onderwoud’ terecht. Mensen van de Gazet van Antwerpen hadden dat nummer gehoord en hebben me toen opgebeld met de vraag of ik wou meewerken aan een online reeks over de Turnhoutsebaan.”

De online reportagereeks voor de Gazet van Antwerpen in 2016, waarvoor Pieter op de Turnhoutsebaan vijfendertig reportages maakte van mensen die hij daar ontmoette, beschouwt hij als zijn voorstudie voor zijn huidige voorstelling. Acht mensen werden na deze voorstudie gekozen om van hen een muzikaal portret te maken voor zijn voorstelling. Maar waarom net deze acht mensen? “Eigenlijk gewoon omdat dat de mensen zijn met wie we zijn begonnen, maar eerlijk is eerlijk: je zou bijna van iedereen een prachtig portret kunnen maken.”Maar Pieter geeft toe dat het ook een stukje te maken heeft met wie hem op een bijzondere manier raakt.“Je laat je natuurlijk leiden, en ook een beetje vangen, door de dingen waar je voor valt. In het concert wordt bijvoorbeeld Liliane voorgesteld. Zij is een ‘rappende bomma’, die ik ooit op een pleintje in Borgerhout heb leren kennen. Zij wilde gewoon mee komen rappen tijdens een concert. Dat is heel veel humor en ik val daar dan ook voor.”


“Mensen hebben nogal snel de neiging om te denken dat ze zelf het baken van de normaliteit zijn, wat onzin is uiteraard”


Chansaar

“Het concept van deze voorstelling is om tijdens het concert mensen te ontmoeten en het gevoel te krijgen dat je acht mensen hebt leren kennen die je op straat vermoedelijk gewoon zou zijn voorbijgelopen. Het zijn nu deze acht personen geworden, maar dat hadden nog duizend andere mensen kunnen zijn.”

Pieter kwam in contact met verscheidene levensverhalen die een grote indruk hebben nagelaten. “Als je de tijd neemt en een verhaal tot jou laat komen, kun je soms eigenlijk niets anders meer denken dan: ‘Amai, dat is wel een heftig bestaan’. Op zulke momenten krijg je toch een zekere vergelijking met je eigen leven, die ik altijd boeiend vind. Het helpt je om de dingen in perspectief te plaatsen. Mensen hebben nogal snel de neiging om te denken dat ze zelf het baken van de normaliteit zijn, wat onzin is uiteraard. Die vergelijking maakt je nog scherper qua bewustzijn. En vaak moet je ook vaststellen - in mijn geval toch - dat je op veel vlakken gewoon een ‘chansaar’ bent.”


“Je gaat dan wel met de realiteit aan de slag, het is en blijft toch nog altijd iets wat je zelf maakt


Sucker for beauty

Pieter daagt de perceptie die media maar al te vaak creëren over Borgerhout uit. “We willen het ook niet rooskleuriger maken dan het is. Maar langs de andere kant wil ik absoluut die negatieve perceptie, die vaak wordt gevoed, counteren. Want als er een district is waar het echt ontploft van de creativiteit op alle vlakken - gaande van restaurants en galerijen tot bewust omgaan met voeding - dan is het wel Borgerhout.”

Tijdens het maakproces van de voorstelling gaat Pieter graag op zoek naar de schoonheid in de dingen. “Ik ben een ‘sucker for beauty’, want het gaat om een kunstwerk. Als je een lied maakt, dan kies je je woorden en je melodie, waardoor je er een bepaald gevoel in legt. Wat je met het materiaal doet zal ook een grote impact hebben op het gevoel dat de toeschouwer krijgt. En dat heb je al zeker met film. Zodra mijn nummers waren geschreven, ben ik met twee cameramensen, Stijn Van Peer en Jan Weynants, de filmische portretten gaan maken van de mensen in mijn voorstelling. Wanneer we over voldoende tijd beschikten, hebben we erover gewaakt dat het echt mooie beelden werden. Daardoor krijg je soms wel het effect dat heel trotse buurtbewoners kwamen zeggen: ‘Wauw de Turnhoutsebaan kan er goed uitzien!’ En dat is misschien een beetje een keerzijde: je gaat dan wel met de realiteit aan de slag, het is en blijft toch nog altijd iets wat je zelf maakt.”


“Het is me erg opgevallen dat die liederen momentopnames zijn”


Knutselwerk

Voor Pieter was de mening van de acht personen van wie hij een portret maakte zeer belangrijk. “Het was altijd een intensief proces samen, want die mensen worden ook betrokken bij het maakproces van de voorstelling. Het is niet zo dat ik zomaar met die mensen hun verhaal ga lopen en er dan iets van maak dat niet meer van hen is. Ik wilde dat ze zich herkenden in dat muzikale portret en dat ze ook blij waren met wat het was geworden. Mensen hadden vaak een heel duidelijke wenslijst. Angela, de bazin van een café op de Turnhoutsebaan, heeft een leven vol armoede gekend en er zit ook een bepaalde vluchtelingenproblematiek in haar verhaal. Zij had een duidelijke wens: ze wou dat het lied dat ik over haar schreef bol zou staan van ‘éclat de joie’. Ze wou vrolijkheid, fantasie en ambiance. Het moest voor haar dansbaar zijn.”

Het tot stand brengen van de voorstelling was een groot knutselwerk, waarbij het noodzakelijk was om op inhoudelijk vlak keuzes te maken. “Het is me erg opgevallen dat die liederen momentopnames zijn. Ik had de gesprekken met die mensen opgenomen en dan schreef ik daar soms een verslag over. Ik overliep dan welke verhalen ik interessant vond en probeerde me daar dan enigszins toe te beperken om daarmee aan de slag te gaan. Met Naisula heb ik het meest afgesproken. Zij vertelde zoveel grappige, goede, interessante en rare verhalen, dat ik soms het gevoel kreeg dat ik een antropoloog aan het worden was.”


“Ik ben altijd verbaasd geweest over hoe open iemand kan zijn wanneer je interesse toont, nieuwsgierig bent en tijd neemt”


Openheid

“Op sommige momenten heeft het me wel verbaasd hoe gescheiden culturen kunnen zijn. Maar ik ben ook altijd verbaasd geweest over hoe open iemand kan zijn wanneer je interesse toont, nieuwsgierig bent en tijd neemt.Ik heb dat bijvoorbeeld ondervonden bij de Tibetaanse gemeenschap.We hebben een filmpje gemaakt over een Tibetaans meisje. Voor het maken van dat filmpje heb ik ongelofelijk veel steun gekregen van de Tibetaanse gemeenschap in Antwerpen, omdat je interesse toont en iets wil doen met hen. Er blijven altijd grote vragen en grote verschillen, maar die openheid doet heel veel.”


“Ik wist dat de richting goed zat en het voelde wel goed, maar ik had geen idee wat ik aan het maken was”


Eenzaam zoekproces

“Ik vond de voorstudie heel plezant, interessant en boeiend. Maar als het gaat over het werken aan de teksten en de muziek was het een heel ander verhaal. Dat was iets waar ik me heel alleen in voelde. Ik liep daar alleen mee rond, maakte dat alleen en schreef dat alleen. Ik zat in een piepklein lokaaltje in HETPALEIS op de zevende verdieping. Tot aan de première was daar bijna niemand anders mee bezig geweest dan ik. Ik had dan bijvoorbeeld wel cameramensen met wie ik monteerde, maar die kenden dan ook enkel hun deel, en dus niet het grotere geheel van de voorstelling. Ik wist dat de richting goed zat en het voelde wel goed, maar ik had geen idee wat ik aan het maken was.Maar dat was ook wel fijn. Ik denk dat dat een deel is van elk zoekproces.”

Met de herneming van ‘A Street Concert’ vertelt Pieter hoe hij met een nieuwe blik kijkt naar de verhalen van de mensen die hij heeft geïnterviewd. “Weet je wat een constante is die ik ben tegengekomen? Ik heb dat niet gezocht, dat kwam gewoon uit al die verhalen naar boven: dat is het gevecht tussen wie je mag zijn van je gemeenschap en wie je wil zijn van jezelf. Het zijn breuklijnen: het opzoeken van generatiekloven en altijd op zoek gaan naar iets anders. Het is me later pas duidelijk geworden dat dat misschien de grote constante is in heel het concert.”