Snaren die niet gekruist, maar wel in het verlengde van de toetsen en parallel van elkaar liggen. Dat maakt de piano waarmee jazzpianist en componist Bram De Looze dit najaar op tournee trekt helemaal uniek. Zo uniek dat je van een nieuw instrument mag spreken, met een heel andere klank dan de vertrouwde standaard piano's met gekruiste snaren: warmer, en met veel meer kleur. Een uitgelezen kans voor De Looze. “Ik kan mij echt niet meer wensen. Klank heeft mij altijd geïntrigeerd.”

Een nieuw type piano komt niet zomaar uit de lucht vallen. Pianobouwer Chris Maene uit Ruiselede kreeg enkele jaren geleden de vraag om een speciale piano te bouwen. Niemand minder dan de Argentijns-Israëlische sterpianist en dirigent Daniel Barenboim bleek de geïnteresseerde te zijn. Maene ging bij de ontwikkeling terug naar de ‘oerpiano’ zoals die in 1700 bestond. Nadat Steinway in 1860 een piano bouwde met gekruiste snaren, werd dit type dé standaard.

De Looze: “De piano-industrie is al honderd jaar aan het stagneren. Iedereen volgt Steinway. Chris zoekt nu een andere weg met zijn Concert Grand-piano. Dat bewonder ik echt. Klank heeft mij altijd geïntrigeerd. Ik kan mij niet meer wensen dan dat ik nu de kans krijg om met die nieuwe piano te toeren. Het is voor Chris een enorm grote stap om met de Concert Grand-piano echt naar buiten te komen.” (Daniel Barenboim speelde in 2015 zijn eerste concerten op een Concert Grand en nu speelt hij er al zijn concerten op.)

“Ik zal na deze tournee met evenveel plezier terug naar de moderne Steinway-piano gaan, maar nu geniet ik volop van de mogelijkheden van de Concert Grand. Als pianist ben je altijd afhankelijk van de piano die klaarstaat in een zaal of op een festival. Niet alle muzikanten worden aangesproken door de variatie die in klanken mogelijk is en niet iedereen is even hard op zoek naar die spanning. Maar ik vind het fascinerend om te grasduinen in die verschillende klanken. Dat deed ik eerder al voor mijn eerste solo concertreeks ‘Piano e forte’ (waarbij De Looze in 2017 eigen werk speelde op drie historische pianoforte’s). En nu dus opnieuw.”

“Chris wil zijn instrument tonen, en ik krijg de kans om erop te spelen. Het is dus een mooi moment voor ons allebei”

Hoe is je samenwerking met pianobouwer Chris Maene tot stand gekomen?

De Looze: “Chris en ik werken al een paar jaar samen. Ik heb de ontwikkeling van de Concert Grand kunnen volgen. We zijn in 2016 gestart met de voorbereiding van deze concertreeks. Het vraagt dus best wat voorbereidend werk. Maar nu is het zover: Chris wil zijn instrument tonen, en ik krijg de kans om erop te spelen. Het is dus een mooi moment voor ons allebei.”

Hoe ben je te werk gegaan?

De Looze: “’Concert Grand’ is een vervolg op ‘Piano e forte’. Daarvoor speelde ik op drie verschillende piano’s in drie verschillende stemmingen, die typisch waren voor de 18de eeuw. Die drie stemmingen waren redelijk extreem. Nu kom ik eerder tot een gulden middenweg, en speel ik in een stemming en toonhoogte die overeenkomt met die waarin Johann Sebastian Bach veel heeft gecomponeerd.”

“Nu speel ik in een stemming en toonhoogte die overeenkomt met die waarin Johann Sebastian Bach veel heeft gecomponeerd”

“Ik heb opnieuw veel tijd genomen voor de research en om echt in de klank van de Concert Grand te duiken. Dat was heel interessant, ook omdat de manier van spelen helemaal anders is dan bij de pianoforte. De voorbereiding vraagt veel denkwerk, vergelijkbaar met mediteren. Je moet het temperament juist aanvoelen. Dat vraagt maanden tijd, voor elke muzikant. Je steekt er een stuk van je eigen leven in.”

Wat mag het publiek verwachten?

De Looze: “Een mix van improvisatie en compositie. Maar elke avond is anders. Je moet echt ‘in the zone’ zitten om een goede vibe te hebben. Het is een combinatie van denken en spontaan spelen, en die balans moet goed zitten. Soms speel ik heel concreet en gaat het spel in een bepaalde richting, maar dan kan ik net zo goed alles omgooien. Dat contrast tussen het publiek meevoeren en plots een andere richting uitgaan zal sowieso erg aanwezig zijn.”

“Het is een combinatie van denken en spontaan spelen, en die balans moet goed zitten”

De zomer van Bram

Intelligent, perfectionistisch, virtuoos: het zijn maar enkele termen die vallen wanneer het gaat over Bram De Looze. In maart van dit jaar werd hij bij de uitreiking van De Klara’s nog verkozen tot Jonge Belofte van het jaar.

Tijdens ons gesprek heeft hij net zijn muzikale hoogtepunt van de zomer achter de rug: Jazz Middelheim, waar De Looze in augustus twee dagen speelde. Een eerste keer met het Ben Sluys Quartet en een tweede keer met saxofonist Robin Verheyen en de Amerikaanse drummer Joey Baron. “Het was magisch”, zegt hij. De Looze trad dit jaar al voor de vijfde keer bij Jazz Middelheim op. “Telkens valt op hoe aandachtig het publiek er is. Jazz Middelheim heeft een rijke geschiedenis, het lijkt wel alsof het publiek diezelfde aandacht van de artiesten eist.”

Welke invloed heeft het publiek?

De Looze: “De wisselwerking met het publiek is altijd belangrijk. Het helpt enorm om de spirit in het publiek te krijgen als je respons krijgt uit de zaal. Soms komt er amper reactie. Toch probeer je ook dan om je best te doen en mensen te raken. Maar een dood publiek, dat heb ik met Cc Strombeek nog nooit meegemaakt, integendeel. (lacht) Weinig reactie is vooral moeilijk als je alleen speelt. In groep kun je veel opvangen.“

Je speelt veel samen met andere muzikanten uit binnen- en buitenland. Hoe komen die samenwerkingen tot stand?

De Looze: “Dat kun je meestal niet forceren. Mijn studies in New York (hij was toen 21) waren een gouden manier om dingen uit de grond te stampen. Ik kreeg toen enorm veel kansen om samen te spelen. Dat gaat vaak heel spontaan: na afloop van een concert stap je op de muzikanten af en je spreekt af om samen te spelen. Daarnaast zijn er ook muzikanten waar je al lang naar opkijkt, en waarmee je beslist om samen iets te creëren, geld te verzamelen om een cd te maken enzovoort. Dat is een heel proces dat tijd vraagt. En om echt een band op te richten, zoals LABtrio (met drummer Lander Gyselinck en bassiste Anneleen Boehmeen) en jazz septet Septych, moet er al echt een klik zijn en moet je overtuigd zijn om een paar jaar samen te werken. Tot slot word ik ook wel veel gevraagd door andere muzikanten. De manier om dat te bereiken? Veel spelen in de muzikanten scene en zo bekendheid bij muzikanten opbouwen.”

Hoe gaat dat dan concreet, zoals met Joey Baron?

De Looze: “Dat contact is via Robin Verheyen gelopen. Het is echt een groot geschenk dat Robin zoiets voorstelt. We gaan na ons concert op Jazz Middelheim samen een cd opnemen en in maart 2019 volgt er een tournee. Die samenwerking is niet out of the blue ontstaan, ook al hebben we allemaal een drukke agenda en zien we elkaar niet veel. De ochtend van ons optreden op Jazz Middelheim hebben we elkaar ontmoet en even samen gespeeld. Die manier van werken heeft alles te maken met elkaar vertrouwen, en het instinct dat je als muzikant hebt. Je voelt dat het altijd iéts zal zijn, als je samen op het podium staat.”

Wat ligt jou het meest? Solo spelen of samen met anderen?

De Looze: “Ik doe het allebei heel graag. Maar als ik mag kiezen, dan toch het liefst met een band. Je wordt uitgedaagd door andere muzikanten. Solo zou ik na een tijd beu worden. Je wordt dan uitgedaagd door jezelf, maar je moet ook alles uit jezelf halen en alles zelf creëren. Als je in een groep speelt laat je de ander zijn ding doen, en val je in. Je kunt alles samen onder controle houden – of net niet. Samen in de compositie duiken en kijken hoe je dat interpreteert, daar hou ik van.”