Na haar laatste album 'Iets dat niet komt' uit 2013, was het jarenlang stil rondom de Belgische singer songwriter Hannelore Bedert. Ze liep tegen een muur aan, wist niet meer wat ze wilde en of ze überhaupt nog wel muziek wilde maken. Ze voelde een enorme druk om te presteren, maar het ging even niet meer. Ze stond op het randje van een burn-out. “Mijn man, Stijn, was de eerste die me uit dat dal trok, door er gewoon te zijn, door begrip op te brengen voor de rust die ik nodig had”, zegt Hannelore. “Hij luisterde wanneer ik aan het razen sloeg.”

Stijn kwam op het idee om met fotograaf Tomas Uyttendaele op zoek te gaan naar mensen die iets hebben met Hannelore haar muziek en hun verhalen te bundelen in een boekje. Dat boekje, getiteld '33', bestaat uit maar liefst drieëndertig persoonlijke verhalen van mensen die kracht hebben geput uit de liedjes van Hannelore.  

“Stijn voelde zich genoodzaakt om mij te bewijzen dat er wel degelijk een groot publiek is dat veel groter is dan die zeikerds op het internet”

“Stijn voelde zich genoodzaakt om mij te bewijzen dat ik het bij het verkeerde eind had”, zegt Hannelore, “dat er wel degelijk een groot publiek is dat veel groter is dan die zeikerds op het internet”. Het 33-boekje was dan wel een cadeau voor haar 33ste verjaardag, maar het was zeker geen verrassing. Hannelore: “Ik wist er uiteraard van. Stijn en Tomas hadden het plan aan mij voorgesteld, maar ik heb lang gezegd dat ik er niks mee te maken wilde hebben, dat ze maar moesten doen wat ze wilden doen. Ik heb geen burn-out gehad en uit respect voor mensen die helaas wel over die grens gingen zal ik dat ook nooit beweren, maar ik zat in die periode wel nogal diep. En dan komen er twee mensen met een plan af waarbij je in het middelpunt van de belangstelling moet gaan staan. Dat is wel het laatste wat je dan wil.”


Duwtje in de rug

Het boekje was uiteindelijk net dat extra duwtje in de rug dat Hannelore nodig had om weer te gaan schrijven en muziek te gaan maken. Hannelore: “Ik was door een heleboel verhalen geraakt, maar het verhaal van Anna, de jonge mama die weduwe is geworden, en het verhaal van Harte, het kindje dat aan kanker overleed, kwamen toch het hardst binnen. Waarschijnlijk omdat ik zelf twee kinderen heb, zelf mama ben, en me niet kan voorstellen hoe je verder moet leven wanneer je man of één van je kinderen sterft. De kracht waarmee Anna en de ouders van Harte verder vechten en er voor elkaar zijn, daar heb ik heel veel respect voor.”

“Omdat ik enorm aan het twijfelen was geslagen heeft het na mijn derde album lang geduurd voor ik terug begon te schrijven”

Al die persoonlijke verhalen hebben Hannelore geïnspireerd om nieuwe muziek te gaan maken, maar de inspiratie voor de liedjes komt zoals altijd uit Hannelore zelf. Uit haar eigen leven. “Ik hou van de eerlijkheid en van de rechttoe-rechtaan manier”, legt Hannelore uit. “Omdat ik enorm aan het twijfelen was geslagen en een tijd heb gedacht de stekker uit mijn eigen muziek te trekken, heeft het na mijn derde album lang geduurd voor ik terug begon te schrijven.”


Eerst een boek, daarna de liedjes

Voordat Hannelore begon aan het schrijven van nieuwe liedjes, besloot ze om eerst eindelijk eens een boek te gaan schrijven. Iets dat ze zichzelf al twintig jaar lang had voorgenomen. De roman, getiteld LAM, draait rond Lucia die op zesjarige leeftijd haar moeder een winkel ziet binnenstappen, maar niet meer ziet buitenkomen. Niemand weet waar haar moeder is en Lucia groeit op met haar vader, die stil en stuurs is. Lucia trekt uiteindelijk rond haar twintigste het huis uit en kijkt niet meer om. Een tiental jaar later krijgt ze telefoon: het lijk van haar vader is gevonden en Lucia moet terug naar het ouderlijk huis om de zaken af te handelen. Daar blijkt dat haar vader veel meer wist over wat er vroeger is gebeurd dan Lucia dacht.

“Dat schrijven voelde heel fijn, omdat ik eens in de huid van iemand anders kon kruipen en niet in mijn eigen leven aan het spitten was, zoals ik met mijn muziek doe”

“LAM is volledig fictie”, zegt Hannelore. “Het is in mijn hoofd ontstaan en zal hier en daar wel enkele kenmerken van mezelf hebben, maar het verhaal en de personages zijn in mijn hoofd gegroeid.” Toen ze eindelijk de stappen zette om aan haar eerste boek te beginnen, begon het ook weer te kriebelen om weer liedjes te schrijven. “Dat schrijven voelde heel fijn, omdat ik eens in de huid van iemand anders kon kruipen en niet in mijn eigen leven aan het spitten was, zoals ik met mijn muziek doe.”, legt Hannelore uit. “Het boek is op heel korte tijd geschreven, in één ruk, alsof het er echt eens van moest komen. En misschien was dat ook wel zo. En eenmaal ik terug rust in mijn hoofd had, kwamen de liedjes min of meer vanzelf. Al heb ik deze keer dieper moeten graven.”