Thomas Dieltjens, pianist en artistiek leider van Het Collectief, vindt het zijn taak als artiest om de luisteraar mee te nemen op een muzikale reis. In tussenschotten gelooft hij niet. “Dat zijn voor mij ook de mooiste projecten, degene waarin ik die verschillende stijlen in elkaar laat glijden." Iets wat hij zeker en vast gaat doen in de mooie sacristie van de abdijkerk in Grimbergen.

 

Als basis kiest Het Collectief vaak werken die werden geschreven rond de eeuwwisseling (19de naar 20ste eeuw), vanwaar de fascinatie voor deze periode?

Dieltjens: “Die periode is heel speciaal geweest in de geschiedenis van de westerse muziek. Heel wat componisten experimenteerden aan het begin van de 20ste eeuw met stijlen die stilaan wegdreven van de typische romantiek uit de 19de eeuw. Eén van die componisten was Schönberg. Hij ging op een sensuele, hyperesthetische manier schrijven, als een vlucht uit de realiteit. En dat geldt trouwens niet alleen voor de muziek. We zien dat ook terugkomen in de schilderkunst, beeldhouwkunst en architectuur. Dat alles maakt dat er in die periode enorm veel actie geweest is in de kunstwereld. Maar toen kwam er die verschrikkelijke Wereldoorlog I en tijdens het interbellum was de desillusie zo groot, dat diezelfde componisten vaak niet meer in staat waren om die mooie, dromerige muziek te maken. Het belangrijkste is dat de muziek vanaf 1900 uiteenlopende wendingen nam. Je kan stellen dat vanaf dan de tijd van de stromingen, zoals de romantiek, voorbij was. Het was een periode van versnippering, maar ook van enorme weelde.”

 

“Het begin van de 20ste eeuw was een periode van versnippering, maar ook van enorme weelde” 

 

Waarom is het volgens jou nog steeds relevant om 100 jaar oude muziek, dat al ontelbare keren gebracht en opgenomen werd, toch nog live te brengen?

Dieltjens: “De relevantie ervan zit simpelweg in de kwaliteit. We spreken hier wel degelijk over meesterwerken, en live komen die nog het best tot hun recht. Daarnaast zouden we het jammer vinden moest de interesse van het publiek stoppen bij 1900.We merken dat er verschillende soorten publiek zijn. De ene soort wil enkel naar muziek uit de 18de eeuw luisteren en de andere enkel naar de allernieuwste (klassieke) muziek. Vaak evolueren die smaken ook niet, ze gaan nooit op ontdekking.  Wij willen het publiek meenemen op een muzikale reis zodat ze ontdekken dat muziek uit de 20ste eeuw ook veel raakvlakken heeft met de muziek die ze wél kennen en goed vinden


"Wij willen het publiek meenemen op een muzikale reis zodat ze ontdekken dat muziek uit de 20ste eeuw ook veel raakvlakken heeft met de muziek die ze wél kennen en goed vinden”


Schönberg wordt door een breed publiek ervaren als moeilijk te volgen muziek. Geldt dit ook voor ‘Verklärte Nacht’, het werk dat jullie brengen?

Dieltjens: “Schönberg was een heel aparte figuur. Je zou hem zelfs kunnen vergelijken met iemand zoals Picasso of Ensor. Je ziet vaak dat componisten, vooraleer ze hun eigen stijl ontwikkelen, eerst een synthese maken van wat ze al kennen. Dat is bij Schönberg ook zo geweest. In het begin van zijn carrière probeerde hij dé ultieme romantische muziek te componeren. Dat is een kant van Schönberg die veel mensen niet kennen. Het werk dat wij brengen, ‘Verklärte Nacht’, valt hier zeker onder. Dat het gebaseerd is op een gedicht, helpt ook om de muziek makkelijker te volgen. Als je het verhaal kent natuurlijk.”


Was het gebruikelijk in die tijd om, zoals Korngold, klassiek componist te zijn én tegelijk filmmuziek te schrijven?

Dieltjens: “Nee, zeker niet, maar het is ook zo dat de filmmuziek een hele evolutie heeft gekend. Het was tot dan niet gebruikelijk om aan één componist te vragen om een hele filmscore te schrijven. Korngold was een soort wonderkind. In Wenen werd hem een grote toekomst voorspeld. Daar schreef hij ook zijn eerste werken, die je niet echt modern kan noemen, maar wel origineel. Toen is hij, omwille van zijn joodse afkomst, moeten vluchten van het nazisme. In de VS kreeg hij een job als filmcomponist. Het opmerkelijke is dat Korngold zijn eigen stijl heeft geïntroduceerd in, of zelfs heeft opgedrongen aan, Hollywood. Je kan hem gerust de grondlegger noemen van de typische filmmuziek die wij nu kennen. Ik denk dan meteen aan de muziek van John Williams (Star Wars, Jurassic Park,…).”

 

 “Je kan Korngold gerust de grondlegger noemen van de typische filmmuziek die wij nu kennen”


Je vergeleek Schönberg al met Picasso, Korngold met John Williams. Is er zo iemand uit de hedendaagse pop- en rockscene die je kan vergelijken met Mahler?

Dieltjens: “Dat is natuurlijk moeilijk omdat je het hele leven van die persoon overschouwt. Mahler was eigenlijk meer een orkestleider die enkel in de weekends componeerde. Hij schreef ook enkel muziek voor de grootste orkesten. Anderzijds kende hij veel persoonlijke problemen. Hij durfde bijvoorbeeld zijn eigen vrouw, Alma Mahler, amper aan te raken. Alma Mahler kon zelf trouwens goed componeren, maar mocht niet van haar man. Daarop besloot ze om alle mannen van aanzien in Wenen te verleiden. Een enorm boeiend verhaal, maar wel ééntje waar Mahler – die enorm gevoelig was voor zijn eigen aanzien – niet mee kon lachen. Mahler is een gigant in de muziekgeschiedenis, maar op persoonlijk vlak een sukkelaar. Misschien kennen de lezers wel zo iemand, maar ik kan niet meteen iemand bedenken.”


Veel ensembles, zowel in klassieke muziek als jazz, maken hun eigen bewerkingen van bestaande werken. Waarom kiezen jullie om reeds bestaande versies te spelen in plaats van jullie eigen bewerking te maken?

Dieltjens: “Eigenlijk worden er in de klassieke muziekwereld nauwelijks eigen versies gemaakt. Uit een soort respect voor de kunst waar je mee bezig bent. Je gaat ook geen eigen versie maken van de Mona Lisa, want dat is al compleet. Natuurlijk leg je altijd eigen accenten, dus op die manier is het altijd een eigen versie, maar dat noemen wij dan eerder een interpretatie dan een arrangement.”


 “Muziek maken is enorm arbeidsintensief”


Veel pop- en rock acts bereiden zich intensief voor op een maandenlange tournee. Hoe gaat dat in zijn werk bij Het Collectief, want jullie concerten liggen meer verspreid?

Dieltjens: “Voor élk concert dat wij spelen moet er echt arbeid verricht worden. Dat geldt zowel op vlak van programmatie, kalenders als natuurlijk het stuk inoefenen. Wij zijn nu eenmaal niet zo’n band die van de ene club naar de andere trekt. Een maand op voorhand beginnen we toch al de muziek voor te bereiden, ook al heb je die muziek al ettelijke keren gespeeld. Muziek maken is enorm arbeidsintensief.”


Veel bands maken tegenwoordig een cd om te kunnen optreden, waar het vroeger eerder omgekeerd was. Zet deze trend zich ook voort binnen de klassieke muziek?

Dieltjens: “Dat is zeker zo. Ik vind persoonlijk niet dat je elk jaar een nieuwe cd moet uitbrengen. Vaak is dat niet meer dan een aanwezigheid in de winkel en ik vind dat denigrerend voor wat je doet als artiest. Moest het online gedeelte, zoals Spotify, niet bestaan, dan zou ik die markt wel nog interessant vinden. Maar ik spreek natuurlijk uit een artistiek oogpunt, de zakelijke stem praat daar anders over. Voor de verkoop van concerten is het gemakkelijker als je een nieuwe cd hebt en bovendien valt het wel op dat mensen graag iets kopen na een concert.”


Tot slot: welke componist zou je iedereen aanraden die klassieke muziek wil ontdekken?

Dieltjens: “Zonder twijfel Stravinsky! En specifiek ‘Le Sacre du Printemps’, speciaal geschreven voor les Ballets Russes in Parijs. Het is heel ritmisch en je wordt ondergedompeld in de wereld van het symfonische. Dat is al voor veel mensen die niet van klassieke muziek hielden, of dat tenminste dachten, een poort geweest. Eigenlijk kan je dat zelfs niet bestempelen als klassieke muziek, want dit werk was tout court het meest vooruitstrevende tot dan toe geschreven!”