Wat doe je met een esthetisch beeld dat inhoudelijk zware onderwerpen aanraakt? Het is de vraag die Narcisse Tordoir deed aarzelen in het maakproces van zijn monumentale Fake Barok. Een aarzeling die je niet meteen zou verwachten van een kunstenaar die wel vaker met zijn werk de maatschappij een spiegel voorhoudt. De titel van het werk verwijst dan ook niet voor niets naar de barok: “Barokkunst stelt zichzelf en de wereld rondom zich vanop de zijlijn in vraag en dat vind ik een interessante positie.”

Voor Narcisse Tordoir is schilderkunst ‘pigment op een drager’: lakverf op een deur of pastel op een foto. En soms ook gewoon olieverf op doek. De grote potentialiteit die Tordoir in deze definitie steekt, is niet zomaar. De werken aan de muur die de tentoonstellingshal van Cc Strombeek doorkruist, toont zijn honger naar het aftasten van de grenzen van het medium. Van verfborstels tot vingers, van latexverf tot pastelkrijt, van abstract tot hyperrealistisch.


Het was de Andy Warholtentoonstelling in Londen ergens te midden van de jaren 70, die Tordoir toonde dat schilderkunst meer was dan de academische ‘blote madammen, potten en pannen’. De tijd was rijp voor een nieuwe soort schilderkunst, een antikunst die alle klassieke principes overboord gooide. Samen met wat vrienden runde Tordoir een jaar lang Today’s Place, een alternatieve ruimte voor punk optredens, filmvertoningen en performances. Samen creëerden ze ‘directe acties’. “De term directe actie heeft een anarchistische inslag,” legt Tordoir uit. “We hebben ons ooit bijvoorbeeld als bureaucraat verkleed en zijn naar de Meir getrokken waar toen alle banken gevestigd waren. Daar zijn we in kostuum voor een bank gaan bedelen. Veel van onze werken hadden een idealistische ondertoon. We dachten toen echt dat we de wereld gingen veranderen.” Ook na het einde van Today’s Place voerde Tordoir nog directe acties uit: “Na een jaar zat ik terug thuis en stelde ik mij de vraag waar ik eigenlijk mee bezig was. Ik maakte gigantische tekeningen die ik opplooide en meenam in de stad. Telkens als ik een café binnenstapte, bestelde ik een pintje, ging op een stoel staan om de tekening aan iedereen te laten zien en ging dan weer weg.”


“De insteek van de tentoonstelling is verontwaardiging. Dat bewoog curator Luk Lambrecht ertoe mij op te bellen”


Een van de tekeningen die je omhoog hield, hangt nu in Cultuurcentrum Strombeek samen met een twintigtal andere werken. Welke rode draad valt er te trekken doorheen deze selectie?

Tordoir: De insteek van de tentoonstelling is verontwaardiging. Dat bewoog curator Luk Lambrecht ertoe mij op te bellen. Wat ik vreemd vond, want bij verontwaardiging denk ik aan politiek, en ik zie mezelf niet als politiek kunstenaar. Maar goed, ik ben beginnen zoeken tussen mijn werken, naar stukken die iets met de wereld te maken hebben. En eigenlijk is die betrokkenheid met de wereld sinds de academie al aanwezig in mijn werk. Denk maar aan de directe acties ten tijde van Today’s Place, maar ook later bijvoorbeeld in de werken waarbij ik vertrek vanuit journalistieke beelden over conflictgebieden of sociale onrechtvaardigheid.

 

“De relatie van Fendry Ekel ten opzichte van het westen en zijn kijk op schilderen is heel anders dan de mijne”


Voor deze tentoonstelling mocht ik ook een andere kunstenaar uitnodigen. Ik heb Fendry Ekel gekozen, een Indonesische kunstenaar, die op tienjarige leeftijd naar Nederland kwam met zijn moeder. Daar heeft hij gestudeerd – ik ken hem als leerling van de Rijksakademie Amsterdam – en is hij kunstenaar geworden. Op een gegeven moment is hij teruggekeerd naar Indonesië, waar hij nu zijn eigen kunstencentrum leidt. Zijn relatie ten opzichte van het westen en zijn kijk op schilderen is heel anders dan de mijne. Hij zit in zijn eigen geschiedenis te morrelen, zijn eigen identiteit speelt een belangrijke rol voor hem. Het schilderij 1987 verwijst bijvoorbeeld naar het jaar wanneer hij met zijn moeder naar Nederland is gekomen. Het schilderij met het schip, Carpe Diem (2015), gaat over de Nederlandse Oost-Indische Compagnie.


Ook met Fake Barok, het monumentale werk dat in januari in het KMSKB te zien is, neem je de huidige maatschappij onder de loep. Wat is ‘fake barok’?

Tordoir: Fake Barok heb ik voor alle duidelijkheid niet aan de fake-discours van Donald Trump te danken. Het gaat om het begrip dat kunsthistoricus Frank Reijnders gebruikt om het duistere deel van de barok aan te duiden. Het deel dat lang door de kunstgeschiedenis genegeerd werd, in haar zoektocht naar ‘ware kunst’. Barok voldeed niet aan de eigenschappen van ‘goede kunst’. Het was bizar, hybride, duister en onvolmaakt. Met haar allegorie, retoriek en kitsch, werd barok geassocieerd met het lelijke en met bedrog. Het was ‘fake’. Tegelijk was barok in staat om een metamorfose te ondergaan en het verval van de maatschappij te weerspiegelen. Hierdoor plaatste het zichzelf aan de zijlijn en kon het kritiek leveren. En dat vind ik wel een goede positie. Kunst moet zichzelf en de wereld rondom haar in vraag stellen. Dat heeft ook altijd een beetje in mijn werk gezeten.


“Ik waagde me liever niet aan de vluchtelingenthematiek. Want hoe verantwoord je je als kunstenaar om in je eigen warme atelier met zulke beelden te werken?”


Net als bij de werken van Giambattista Tiepolo – die als inspiratiebron gold voor je Pink Spy-reeks (2014) – valt er moeilijk een samenhang te ontdekken in Fake Barok. De vele details en personages naast elkaar zijn verwarrend en toch heel herkenbaar.

Tordoir: Ik was gefascineerd geraakt door Het Laatste Oordeeltriptiek van Rogier Van Der Weyden – vooral door de naakte figuren onderaan die huilend en schreeuwend in de hel tuimelen – maar ik kon hier in eerste instantie niet echt verder mee. Tot ik een paar jaar later een ongelooflijk sterk beeld in de krant zag: een foto van vluchtelingen die onder een zeil tegen de regen schuilen. Een beeld met een enorm potentieel, maar ik waagde me liever niet aan de vluchtelingenthematiek. Want hoe verantwoord je je als kunstenaar om in je eigen warme atelier met zulke beelden te werken? In hoeverre maak je dan geen misbruik van hun miserie? Een paar weken later stond er echter nog een sterker beeld in de krant, van een vader met een kind in een doek gewikkeld in zijn armen en een tweede kind aan zijn zijde. Er was geen ontkomen aan, ik moest iets met dit thema doen. Als ik naar mijn selectie voor Cc  Strombeek kijk, merk ik trouwens dat dit niet de eerste keer is dat ik dit thema aanraak. Het kwam ook al eens aan bod in Scène de naufrage met Vincent Geyskens en in de figuur van de vreemdeling uit Tiepolo’s werken in The Pink Spy-serie.


“Fake Barok omvat drie triptieken die samen een groot geheel vormen”


In plaats van beelden zomaar over te schilderen, bewerk en verknip ik ze eerst digitaal. Soms maak ik ook reconstructies van beelden met modellen, die ik laat fotograferen door een vriend van me. Het beeld met de vader en het kind heb ik bijvoorbeeld gereconstrueerd, net als het kind ernaast of de voet die gewassen wordt. Alle modellen zijn blanke, welgestelde westerlingen, waardoor het beeld iets heel fake krijgt. Met verwijzingen naar de piëta-figuur, het gebaar van de verwelkomende voetwassing en Las Meninas van Velasquez, reflecteert het schilderij zowel over zichzelf als over onze verhouding tot de vluchtelingenproblematiek.

Fake Barok omvat drie triptieken die samen een groot geheel vormen. Naast de triptiek rond migratie staat het deel dat over de oorlogsgruwel gaat. Hiervoor ben ik deels vertrokken van beelden uit het wassenbeeldenmuseum in Madrid. Daar heb je onder andere de reconstructie van het schilderij El tres de mayo de 1808, over de derde mei in 1808, van Francisco de Goya. Samen met mijn vriend-fotograaf hebben we toelating gekregen om deze enscenering van dichtbij te fotograferen. Ikzelf ben in het tafereel gaan staan om het vanuit andere posities te bekijken. Ik sta tussen de personages, als fake fotograaf in mijn eigen geschiedenis.

Het laatste deel gaat over ecologische rampen. Je hebt het rode landschap dat er heel exotisch en tropisch uitziet, maar eigenlijk wegzakt in het water. Daarnaast zijn twee springende figuren afgebeeld. Ze zijn op het hoogste punt zijn van hun sprong, waar ze heel even alles vergeten en gelukkig zijn. Heel even maar, want hierna vallen ze terug naar beneden. De achtergrond, met olievlekken en het beeld van de overstroming, trekt dit gelukkige moment terug de realiteit in.


“Het is een beetje een onmogelijk en absurd werk, het is zo gigantisch en onhandelbaar”


Fake Barok maakte je al in 2016. Het is nu eindelijk voor het eerst te bezichtigen. Hoe ben je hiermee in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel beland?

Tordoir: Het is een beetje een onmogelijk en absurd werk, het is zo gigantisch en onhandelbaar. Nadat ik de eerste triptiek af had, besefte ik hoe groot, kwetsbaar en duur het is. Ik heb zwaar overwogen of ik de twee andere delen ook zou maken, maar uiteindelijk heb ik toch doorgezet. De onmogelijkheid van het onderwerp sluit aan bij absurditeit van het formaat en de kwetsbaarheid van het materiaal.


“Mijn eerste idee was om het in de hal van het Centraal Station van Antwerpen te tonen”


Mijn eerste idee was om het in de hal van het Centraal Station van Antwerpen te tonen. Het publiek in een museum of galerie is heel specifiek en goed geïnformeerd, terwijl de thematieken van Fake Barok voor een groter publiek bestemd zijn. Het Centraal Station leek dus een goede plek, maar dat is niet gelukt. Ook de kathedraal van Antwerpen was op een gegeven moment een optie. Die hangt namelijk vol met triptieken tegenwoordig, omdat ze een reconstructie hebben gemaakt van hoe het er in de 17de eeuw aan toeging. De kathedraal is ook iets ambigu: het is een kerk, maar ook een soort van museum omdat het een historisch monument is en omdat je er inkom moet betalen. In eerste instantie leek dat wel te lukken: er was een voorstel van de Stad Antwerpen om de presentatie mee te financieren in het kader van het Barokjaar van Antwerpen in 2018. Uiteindelijk heeft de kerkraad het toch afgewezen, omdat het te groot was.

Wat later bezocht ik een tentoonstelling van Rik Wouters in het KMSKB en was erg onder de indruk van de inkomhal. Die hal wordt ook het Forum genoemd. Het is de plaats waar mensen samenkomen en praten. Je bent er wel in het museum, maar toch niet helemaal: de toegang is gratis, maar je hebt geen toegang tot de tentoonstellingen. Toen Luk Lambrecht van Cc Strombeek mij vroeg voor de expo in Cc Strombeek, zei ik dat ik met een enorm werk zat dat niet in de exporuimte zou passen. Luk is toen mee in de bres gesprongen om het museum te overtuigen. Het werk staat dan wel in een museum voor schone kunsten, maar in plaats van het tussen andere barokke werken te hangen, ben ik meer geïnteresseerd in tegenbewegingen. De spanning tussen barok en haar vijand, het classicisme, vind ik bijvoorbeeld veel interessanter. Het liefst nog had ik De Dood van Marat, van Jean-Louis David tegenover mijn werk gehangen!