Zangeres Mira Bertels (35) bracht in oktober 2016 haar vijfde Nederlandstalig album uit: ‘Plaats’. Mira zingt en bespeelt haar piano op 21 december in trio in de kerk van Beigem. Met muzikanten Anneleen Boehme en Juno Kerstens herneemt ze haar theatertournee van vorig jaar. We spreken met haar over hoe het allemaal begon, haar schrijfproces en vooral ook over alles volgens je eigen boekje doen.

Mira nam vijf jaar de tijd om ‘Plaats’ te maken. Wanneer vorig jaar op de aankondigingsborden van de gemeente Mortsel reclame werd gemaakt voor een optreden, was ze erg fier. “Die borden hangen al zo lang als ik mij kan herinneren omhoog. Om er dan op een dag zélf op aangekondigd te worden, is nostalgie ten top! Ik heb in Mortsel mijn kinderjaren doorgebracht. Later heb ik vijftien jaar in Antwerpen gewoond, maar sinds twee jaar ben ik teruggekeerd naar waar mijn jeugdherinneringen zijn en waar mijn familie woont.”

“Nu maak ik bewust tijd voor mijn gezin én voor muziek”

Sneeuwwitje en John Lennon

Hoe het allemaal begon? “Mijn eerste rol in het grote toneel op het schoolfeest was Sneeuwwitje en daar was ik héél fier op. Daar had ik zó op geoefend! Bij de repetities moest ik bijvoorbeeld van de appel bijten en naar rechts te vallen, maar tijdens de show nam ik een hap en viel ik naar links. Als meisje van 9 jaar vond ik er op dat moment niets beter op dan recht te komen, opnieuw van de appel te bijten en naar rechts te vallen. (lacht) Dat was heel onnozel, maar ik vond het enorm fijn om de eer te hebben de belangrijke rol van Sneeuwwitje te mogen spelen. Daardoor had ik meteen de smaak te pakken.”

“Vanaf het moment dat ik mocht, ging ik naar de muziekschool. Ik volgde pianolessen aan de academie, maar zat ook in verschillende toneelgroepen. Ik deed heel veel buitenschoolse activiteiten, allemaal in de richting van muziek of theater. Van jongs af aan stond ik al op het podium voor publiek. Elke maand was er een maandafsluiting op de school: een soort bonte avond, waarop je iets naar voor mocht brengen. Mijn school was erg gericht op muzische vorming en toneel. Dat vond ik echt heel tof; ik keek op naar andere kinderen die ouder waren en Imagine van John Lennon al heel goed op piano konden spelen. Dat lied herinnert me echt aan hoe ik toen dacht: dat wil ik ook kunnen! Die andere kinderen waren een echte inspiratie voor mij.”


Vol pension bij de paterkes

Alle teksten op het album ‘Plaats’ schreef Mira zelf. Ze haalt inspiratie uit haar dagelijkse leven, maar dat moet ze nog kunnen bijhouden en neerpennen. Hoe maakt ze daar werk van?
“Ik heb meestal een boekje bij, om zaken die ik echt niet kwijt wil te noteren. Met de jaren is het wel geminderd dat ik spontane zaken noteer tussen het gebeuren door. Ik probeer meer te onthouden. En ik werk meer planmatig dan vroeger. Dan ga ik even zitten en zeg ik tegen mezelf: en nu ga ik schrijven. Vroeger had ik veel tijd; mijn persoonlijk en muzikaal leven was verstrengeld in elkaar. Toen was het ietwat romantisch om even in een café te gaan zitten en wat te schrijven. Of werd ik zeldzaam eens wakker van een ingeving. Nu maak ik bewust tijd voor mijn gezin én voor muziek. Ik heb altijd al een bepaalde discipline aan de dag moeten leggen om tot mijn songteksten te komen. Ik zonder me dan enkele uren of dagen af om ideeën op te roepen en te schrijven, en die methode werpt ook zijn vruchten af.”

“Om het jaar las ik een retraite in. Dan huur ik iets aan zee of in de Ardennen om me volledig op het schrijven en lezen te focussen. Dit jaar was ik in de Norbertijnenabdij in Averbode te gast. Dat was een speciale vorm van all in, want je ontbijt, lunch en avondeten wordt voor jou gemaakt. Er hangt een bepaalde sfeer van toewijding die voor een leuke energie zorgt. Ook is het verfrissend om in een onbevangen plek te zijn waar nog geen herinneringen aan vasthangen; het opent echt een ruimte in mijn hoofd. Los daarvan was het een fijne ervaring om de gemeenschap van binnenin een heel klein beetje te leren kennen. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk om voor alle gezamenlijke momenten op tijd te zijn. Bij de eerste lunch hoorde ik een pater al vloeken: Verdomme, nu is dienen ene er weer ni op tijd! (lacht) Heel grappig om bij de eerste ontmoeting meteen zo’n out of character moment bij de paters te zien.”

“Wannes Van de Velde gaf me als tip mee dat je met een vulpen moet schrijven, je gaat dan je woorden meer afwegen omdat het zodanig traag gaat”


Vulpen om woorden te wikken

“Qua muziek bewonder ik Randy Newman heel erg. Zijn teksten zijn scherp en eerlijk. Hij schrijft enorm geloofwaardig en kan een liefdeslied schrijven dat emoties opwekt zonder dat het melig is. Hij verwoordt ook zijn visie op politiek en religie zonder dat het moraliserend is, maar met ironie of zwarte humor. Dat maakt van zijn songs iets boeiends, iets waar ik naar opkijk. Ik heb hem twee jaar geleden mogen ontmoeten in de Roma in Antwerpen; wat een eer was dat om even zijn hand te schudden en een kort gesprek te voeren!”

“Ook heb ik de eer gehad om een tijdje les te krijgen van Wannes Van de Velde op Studio Herman Teirlinck. Hij gaf me als tip dat je met een vulpen moet schrijven. Hij zei dat je zal voelen dat er een bepaalde zorgzaamheid over je komt wanneer je met een vulpen schrijft, want je zal je woorden meer afwegen omdat het zodanig traag gaat. Die tip is altijd blijven echoën. Ik heb meerdere pennen gehad, maar die vielen altijd kapot op hun punt. (lacht) Onlangs kreeg ik van mijn lief een vulpen cadeau om in mijn officieel schrijfboek te schrijven, een cadeau waar ik héél blij mee was.”


Backstage pasje, please

“Mijn vader speelt gitaar en zingt ook. Hij heeft heel veel in het amateurcircuit gespeeld. Hij heeft er nooit zijn beroep van gemaakt, maar heeft van zijn zestien jaar altijd in muziekgroepen gespeeld. Daar heb ik uiteraard veel van gezien en overgenomen. Ze repeteerden bij ons thuis op de zolder dus hun muziek kwam vaak op me af en ik vond het ook de normaalste zaak van de wereld om zelf liedjes te schrijven. Toen merkte ik dat ik graag in het Nederlands schreef.”

“De muziek moet voor mij echt juist zijn. Ik ga geen dagen naar een festival voor de sfeer alleen”

“Toch ben ik pas vrij laat naar Nederlandstalige muziek beginnen luisteren. Ik was meer bezig met Engelstalige pop. Ik was een enorme fan van The Radios. Ik had cassettes vol en ging naar optredens in de buurt. Op een dag speelde mijn vader met hun band op hetzelfde festival in Boechout waar The Radios speelden. Die dag had ik een backstage pass en kon ik om een foto vragen; een hoogdag!”

Ook al heeft Mira de voorbije zomer op Dranouter festival gespeeld, een rasechte festivalganger is ze niet. “Ik ben op mijn zestien wel naar Rock Werchter en Pukkelpop gegaan, maar ik was altijd kieskeurig in wat ik echt goed vond qua muziek. Ik herinner me dat Blur in ’97 afzegde voor Pukkelpop - waar ik ontzettend naar uitkeek. Daardoor viel het hele punt om daar te zijn, weg. Bij alle andere groepen die optraden had ik zowat hetzelfde gevoel als in een discotheek. Daar ging ik soms met vriendinnen naartoe voor een techno feestje. Ik besefte dat iedereen het daar leuk vond, maar waarom had ík dat gevoel niet? De muziek moet voor mij echt juist zijn. Ik ga geen dagen naar een festival voor de sfeer alleen. Geef mij maar een kleinere groep mensen en een concertzaal. Of laat me optreden op een festival mét een backstage pasje graag, dan kan ik nadien weer naar de rust. (lacht)

“Liedjes schrijven is voor mij de normaalste zaak van de wereld”

Volgens het boekske

“Als kind keek ik naar volwassenen alsof zij alles altijd op een rijtje hadden, alsof ze fluitend door het leven gingen. Door zelf ouder te worden, weet je dat het niet altijd zo loopt. Niet alles is makkelijk, niet alles is controleerbaar, iedereen overkomt wel iets… Bepaalde ontnuchterende ervaringen in mijn leven waren echte eye openers. Daarover gaat ook een liedje op mijn album: Ze kunnen al veel.”

In De buren zingt Mira: ‘we doen alles volgens het boekje, ze schreven daar aan mee’. Maar wat is dat boekje volgens haar nu eigenlijk? “Er zijn mensen in mijn omgeving die altijd uitstralen dat ze alles onder controle hebben. Ik wéét wel dat dat niet zo is, toch is het verleidelijk om je ermee te vergelijken. Ik heb langs een kant wel een kuddegeest. Ik wilde enerzijds muzikante worden, maar anderzijds wou ik ook een huisje en gezin. Door hard voor die muziek droom te gaan, heb ik die burgerlijke droom wat uitgesteld. Niet dat ik het anders wou, maar dat was niet echt volgens die bepaalde ongeschreven wet om een patroon in de maatschappij te volgen. Ik voel dat er een bepaalde druk is vanuit de maatschappij dat je het allemaal moet hebben – en liefst al op je 35ste. Maar ik vind dat je compromissen moet maken; je moet je eigen, persoonlijke boekje schrijven.”