Oxalys is een kamermuziekensemble met een sterke internationale reputatie. De muziek van de Franse componisten Maurice Ravel en Claude Debussy kreeg het statuut van compagnon de route binnen de programmatie van hun 25-jarig bestaan. Op woensdag 25 oktober staan ze in Cc Strombeek met een heus feestprogramma.

 

Wat is de bezetting van het optreden dat jullie gaan uitvoeren in Cc Strombeek en waaruit bestaat het repertoire?

Hofman: “De vaste kern bestaat uit het strijksextet: twee violen, altviool, twee celli en contrabas, een fluit, klarinet en harp. Dit is de vaste bezetting. Uiteraard spelen we ook repertoire met hobo, fagot, hoorn, piano. Daarvoor doen we beroep op een vaste poel van musici.

Het programma dat we in Cc Strombeek gaan brengen is identiek aan het programma van ons allereerste concert op 1 maart 1993: meesterwerken van Debussy en Ravel gekoppeld aan het octet van Schubert. Het vond plaats in de Grote Zaal van het Koninklijk Conservatorium van Brussel (KCB). We hebben dit programma nadien nooit meer in die combinatie gespeeld. Naar aanleiding van ons 25-jarig bestaan gaan we dus als het ware back to the roots.

We hebben een harp in het ensemble, wat maakt dat je qua programmatie meteen in de richting van het impressionisme en symbolisme kijkt. Vandaar dat de muziek uit de belle époque een belangrijke pijler binnen onze programmatie is geworden. Maar we grijpen uiteraard ook terug naar de 18de en 19de eeuw en kijken verder in de 20ste eeuw.

Debussy en Ravel hebben in de afgelopen 25 jaar zeker het statuut van compagnon de route binnen onze programmatie bereikt. Hetzelfde geldt voor het octet van Schubert, want dit meesterwerk uit 1824 heeft ons pad nooit meer verlaten. En toch blijft het telkens opnieuw een ontdekkingstocht. Er zitten zo veel lagen in die 62 minuten muziek, dat je kan blijven schaven, poetsen, zoeken en ontdekken. Het blijft steeds weer een uitdaging.”


Hoe experimenteel zijn jullie als ensemble qua bezetting?

Hofman: “Ensemble Oxalys is een groep met variabele bezetting, dat kan gaan van trio tot achttien muzikanten. Alle formaties daarbinnen zijn mogelijk (met uitzondering van strijkkwartet), een duo piccolo en contrabas, tot Mahlers Das Lied von der Erde (in een arrangement van Arnold Schönberg) met zestien musici en twee zangers.

Oxalys is sinds zijn bestaan ook steeds op zoek naar actuele muziek en er zijn in de afgelopen jaren al heel wat nieuwe partituren op onze lessenaars beland. We hebben het genoegen gehad om muziek van onder andere Victor Kissine, Luc Brewaeys, Wim Henderickx, Annelies Van Parys en Frederick Neyrinck als eersten te ontdekken. Op dit moment is Bram Van Camp een stuk voor ons aan het afwerken in een niet zo frequente bezetting: strijktrio, klarinet en fluit.”


Hoe experimenteel zijn jullie in de arrangementen?

Hofman: “Zowat vijftien jaar geleden ontdekten we de arrangementen van de Verein für musikalische Privataufführungen. Deze vereniging werd opgericht in 1918 door Arnold Schönberg, waarbij toenmalig ‘modern’ orkestwerk werd gearrangeerd voor ensemble door leerlingen van Schönberg. De wekelijkse concerten vonden plaats in besloten kring; je moest bijvoorbeeld lid zijn om toegelaten te worden! Helderheid en verstaanbaarheid van de muziek waren primordiaal!

Deze arrangementen behoren nu tot ons kernrepertoire. Mahlers vierde symfonie, Das Lied von der Erde, de Préludes van Debussy, maar ook de wondermooie Eine romantische Suite van Max Reger staan regelmatig geprogrammeerd.

Oxalys heeft deze traditie overgenomen en heeft een ook een aantal arrangementen laten maken. Chants d’Auvergne van Joseph Canteloube is daar een mooi voorbeeld van. Deze verzameling van liederen is voor sopraan en een te groot orkest. De klankkleur van Canteloubes muziek past zo goed bij het klankidioom en het DNA van Oxalys, dat we er een arrangement van laten maken hebben door Annelies Van Parys.”

"We vertoeven uiteraard heel graag op de allergrootste podia in Europa, maar genieten evenzeer in heel kleine zalen met een publiek van 50 man"

Hebben jullie sinds jullie ontstaan een specifieke doelgroep voor ogen?

Hofman: “Dat is altijd onveranderd gebleven. Onze roeping is om kamermuziek en standaardrepertoire zo toegankelijk mogelijk te maken. We vertoeven uiteraard heel graag op de allergrootste podia in Europa, zoals in het Koninklijk Concertgebouw van Amsterdam, het Konzerthaus in Berlijn, in Madrid,… maar genieten evenzeer in heel kleine zalen met een publiek van 50 man. Het laagdrempelige is echt een van onze mission statements. Er is niets dat me gelukkiger maakt dan een zaal vol enthousiaste muziekleken. Des te meer omdat kamermuziek een van de meest directe en confronterende media is binnen de klassieke muziekwereld.

Een paar jaar geleden speelden we onze voorstelling Alle klanken van de regenboog voor een groep volwassen met een mentale beperking. Het ongebreidelde enthousiasme dat deze mensen na de voorstelling toonden, maakte mij de gelukkigste mens op aarde.”

"De contrabas fungeert als het fundament van ons ensemble, zowel qua klankspectrum als qua ritme"

Hoe positioneert u zich als contrabassist tegenover het ensemblegegeven?

Hofman: “De contrabas fungeert als het fundament van ons ensemble, zowel qua klankspectrum als qua ritme. Bij ons wordt de intonatie en de klank gebouwd op onderste tonen en die zitten gelukkig in vele gevallen in de contrabaspartij. Als we een akkoord uitstemmen, gebeurt dit steeds van onderuit.

Gelukkig zijn er ook componisten die de contrabas uit zijn comfortzone halen en er een meer virtuoze rol aan toebedelen. Luister maar eens naar Quintet Op. 39 van Sergeï Prokofiev.”


Is Mahler het nieuwe grote aankomende project?

Hofman: “Wel, na onze mooie tocht door het oeuvre van Mahler (Symfonie nr.4, Das Lied von der Erde, Lieder eines Fahrenden Gesellen en Kindertotenlieder) zijn we nu aanbeland bij het sluitstuk: Des Knaben Wunderhorn. We werken hiervoor samen met twee prachtige stemmen uit Nederland: Margriet van Reisen (mezzo) en Henk Neven (bariton). De première kadert in het Festival 20/21 in Leuven en is tevens de opening van het academiejaar aan de KU Leuven.”