Expo 2019-2020 Expo / Museumcultuur

Through Her (True Her) is een tentoonstelling over het thema van de onzichtbaarheid, en specifiek over de onzichtbaarheid van het lichaam van de zwarte vrouw, beschouwd als generische groep. Het project vertrekt van de vaststelling dat de zwarte vrouw weggewist wordt uit de publieke sfeer, en tegelijk onderdrukt wordt in onze overwegend kapitalistische maatschappij. Niet enkel hebben zwarte vrouwen geen stem, maar ze worden ook bekeken door een bril die hen associeert met enerzijds een collectieve identiteit en anderzijds met een cultuur die als inferieur wordt gezien en waarover enkel in clichés wordt gepraat. Vanuit die vaststelling heeft de curatrice Anne Wetsi Mpoma (voornamelijk) Belgische vrouwelijke kunstenaars met Afrikaanse roots uitgenodigd om werken te tonen die verankerd zijn in hun artistieke praktijk en die kunnen fungeren als baken voor een nieuwe kijk op hun geschiedenis. Sommige van deze vrouwelijke kunstenaars hebben werken gecreëerd tijdens een residentie die verschillende weken duurde, anderen hebben een bestaand werk gekozen voor de tentoonstelling.

Anne Wetsi Mpoma: "Als curatrice heb ik ernaar gestreefd om de collectieve geschiedenis te belichten door vragen te formuleren of door persoonlijke verhalen. Die verhalen onderzoeken de manier waarop ze worden doorgegeven, evenals het concept van cultureel erfgoed en de zogenaamd ondergeschikte cultuur, waarvan wij als zwarte vrouwen de erfgenamen zijn. We doen voortdurend een beroep op het begrip creativiteit om te verwijzen naar de vitaliteit van kunstenaars afkomstig van het Afrikaanse continent of die als kinderen van dat continent worden beschouwd. Kunstwerken zijn gebruiksgoederen geworden die geacht worden maatschappelijk aanzien en een identiteit te verlenen aan diegenen die ze bezitten. In een wereld waar alles grootschalig wordt, ziet de kunstmarkt zich geconfronteerd met een vraag naar originaliteit. Aan die vraag naar vernieuwing wordt vaak tegemoetgekomen door “inspiratie” te zoeken in Afrika of in andere niet-Europese beschavingen, die beschouwd worden als “anders”. Het risico bestaat daarbij dat “door voortdurend gemarginaliseerd te worden, de kunstenaars de stigmatisering met een bepaalde identiteit gaan benutten door te gaan spelen met hun ‘authenticiteit’. (...) Een dergelijke kijk toont misschien dat de kunstenaar de situatie goed kan inschatten, maar transformeert hem of haar in een ondergeschikte.” (Bruno Trentini in L’authenticité postcoloniale des artistes : entre émancipation des Suds et voyeurisme économique de l’Occident, 2019).

Op deze tentoonstelling “verkopen” we u noch creativiteit, noch authenticiteit. Wat de kunstenaars u tonen, is hun menselijkheid en waardigheid. Hun recht om te bestaan als vrouw en als volwaardig kunstenaar. De rode draad die de geselecteerde werken verbindt, staat op zichzelf. De werken vertegenwoordigen een antwoord op het wissen van een complete categorie kunstenaars uit de kunstgeschiedenis. In een tijd dat veel kunstinstellingen zich afvragen hoe ze hun collectie kunnen feminiseren, lijkt het probleem van de zwarte vrouwelijke kunstenaars of vrouwelijke kunstenaars van Afrikaanse afkomst nog steeds niet op de agenda te staan. Nochtans bestaan die kunstenaars wel degelijk en zijn ze springlevend! Door gedurende twee maanden de ruimte van het Cultuurcentrum Strombeek in te nemen, tonen ze hoe ze verzet bieden, waar ze in geloven, confronteren ons met hun eigen verhaal over wat hen drijft. Ze gebruiken verschillende materialen die aansluiten bij de hedendaagse of actuele kunst uit de 21ste eeuw, hun leeftijd varieert van 19 tot 50 jaar en bovendien, in hun carrières bevinden ze zich in verschillende stadia en de vragen die ze stellen zijn uiteenlopend. Maar allen tonen ze hun true her, hun echte ik, zonder daarbij de bezoeker met een schuldgevoel te beladen of zonder de nadruk te leggen op de mate waarin de maatschappij eraan gewend is geraakt om te kijken “door haar” (through her).

Meteen van bij het begin van dit project wilden we reageren op hoe het lichaam van de zwarte vrouw onzichtbaar wordt gemaakt in de postkoloniale context in onze maatschappij. Hoe overleven we het georganiseerde uitwissen en de categorisering als behorende tot een ondergeschikte cultuur? Installaties, audio-installaties, video, multimedia, foto’s schilderijen op doek, op aluminium, op papier, etsen, papierknipsels en licht, familiearchieven en -geschiedenissen, beweging, dans, chemische veranderingen door middel van vuur, door dingen op een nieuwe manier bij elkaar te brengen: dat zijn de expressiemiddelen die deze vrouwen gebruiken om hun verhaal te vertellen. Ieder van hen maakt gebruik van beeld of geluid om zijn innerlijk of kijk op de wereld naar buiten te projecteren."

In Studio S kiest Debbie Engala van het Collectief Nymphose (een collectief met kunstenaars van Afrikaanse afkomst die in Brussel kunst studeren) voor een soort abstracte geometrie. Ze schildert op papier en wat voor haar telt, is voornamelijk het effect dat het object sorteert en minder het object zelf. Daardoor kan ze een emotie uitdrukken en zich focussen op het voltooien van een geste en op haar obsessie om daarvan een spoor na te laten.

Leïla Nsengiyumva (Collectief Nymphose) duikt onder in haar herinneringen aan haar kinderjaren door middel van het fotoarchief van haar familie. Ze ontdekt er de liefde die haar ouders verbindt, evenals de heuvels van hun geboorteland Rwanda, waar ze zelf nog nooit geweest is. Ze reconstrueert dit droomuniversum met borduurwerk, tapijten en bewerkte foto’s.

Lauren Lizinde (Collectief Nymphose) is de jongste van het collectief en van alle deelnemers. Ze onderzoekt haar plaats in de maatschappij en het uitwissen van haar eigen geschiedenis binnen haar familiekring met een videowerk. Haar ouders zijn afkomstig uit Rwanda, maar vertelden haar nooit over haar geboorteland. De jonge vrouw zoekt naar de reden daarvoor en hoe ze voor zichzelf een plaats kan vinden in de maatschappij.

Van het Collectief Nymphose presenteert ten slotte ook Luna Mahoux haar werk. Ze is een jonge Ethiopische die opgegroeid is in een blank gezin, dat haar op driejarige leeftijd heeft geadopteerd. Met een video-installatie verkent Luna de vrouwelijkheid van de zwarte vrouw zoals die gepropageerd word door jonge meisjes of op sociale netwerken als Instagram. Haar zoektocht confronteert haar met haar zelfbeeld, haar eigen vrouwelijkheid en afrikaansheid. Wat is een Afrikaanse vrouw? Hoe kan ze alles wat daarmee te maken heeft in haar persoon integreren?

Luna

Door de plaats te verkennen van het zwarte lichaam in de publieke of intieme ruimte, brengen Agnès Lalau en Wata Kawatza een update van hele stukken van de koloniale geschiedenis.

 Sofia

Zo maakt het wissen van een Congolese grootmoeder uit de familiegeschiedenis (Missbluu) of het ontleden van de boodschap van vrouwelijk Kifwebe-masker (Nzete) het geweld zichtbaar in de relatie heersers-overheersten die ontstond bij de ontmoeting van twee volken. Het masker brengt de kunstenaar ertoe te verkennen hoe zogenaamde etnografische objecten ook vandaag de dag nog tentoongesteld worden in Belgische en Europese instellingen. Dat aspect komt ook aan bod in een animatiefilm die gemaakt is rond afdrukken van houtgravures op calqueerpapier in Shaba. Al het geweld van het onderdrukkende regime wordt zichtbaar in de verticaliteit van de Congolese lichamen die hier uitgebeeld zijn. Missbluu is een video-installatie waarin silhouet van een zwarte vrouw opduikt die zich beweegt als “een liaan van een Congolese rubberboom”. Het is door die beweging en haar onderzoek dat kunstenaar, zoals ze zelf vertelt, woorden en heling gevonden heeft voor de geschiedenis van haar familie.

Shaba

In haar video-installatie Re-Narration Tutorial laat Laura Nsengiyumva zich niet zomaar inspireren door archieven. Ze gebruikt oude exemplaren van het nazi-propagandamagazine Signal (die ondertussen veel geld waard zijn) om een nieuwe papieren medium te creëren. Ze verscheurde de tijdschriften – volgens haar een bevrijdend gebaar – waarna ze de snippers verwerkte tot een brij van papier. Daarop bracht ze beelden aan van een onbekende Congolese soldaat die in de Tweede Wereldoorlog voor België vocht, en van een vrouwelijk personage dat symbool staat voor het wissen van de zwarten uit de geschiedenis van het land.

Asia

Asia Mireille Nyembo vraagt zich af hoelang het lichaam van de zwarte vrouw nog zal buigen onder het juk van de patriarchale en postkoloniale overheersing (How Much Longer!) Nyembo heeft een wetenschappelijke vorming genoten en heeft zich over aan allerlei soorten chemische experimenten op geweven stoffen. Daarover brengt ze verslag uit in een groots opgezette multimedia-installatie. Omdat ze ontevreden is met de geschiedenis van de “Afrikaanse wax” – een bedrukte stof die gepresenteerd wordt als het culturele symbool van de Afrikaanse vrouw – verbrandt ze lappen stof en transformeert hen, tot ze hun eigen verhaal vertellen. “Er is geen sprake meer van om de anderen aan het woord te laten in onze plaats.”

De geluidsinstallatie van Rokia Bamba, Stigmate(s), sluit aan bij dit idee. Vier vrouwen van Afrikaanse afkomst beantwoorden er vragen van de kunstenaar. Haar eerste vraag is om hun naam en voornaam te noemen. Voor de meeste mensen lijkt de vraag wat hun voornaam is bijzonder onschuldig, maar voor een Belgische vrouw van Afrikaanse afkomst kan die vraag een onverwachte draagwijdte hebben met betrekking tot haar identiteit: gaat het om haar christelijke doopnaam, haar Europese voornaam of haar Congolese voornaam? De naam die op haar identiteitspapieren staat of de naam waarmee familieleden haar aanspreken? De gesprekken krijgen langzamerhand een meer intieme toon en dompelen de bezoeker onder in een geluidsbad.

Helene

Op het gelijkvloers worden we opnieuw geconfronteerd met het thema van de onzichtbare vrouw in het universum van fotografe Hélène Amouzou, die een reeks zelfportretten voorstelt. Amazou toont foto’s van performances (2008-2011) die ze in scène zette in de intimiteit van haar zolder, verborgen voor indiscrete blikken. Dat was voor haar een manier om te reageren op de dwingende noodzaak om onzichtbaar te blijven omdat ze niet op een “reguliere of legale” manier in België verbleef. De kunstenaar vraagt op die manier aandacht voor de mensen die vaak aangeduid worden met de term sans-papiers: mensen die voortdurend in angst leven dat ze zullen weggerukt worden uit hun dagelijkse leven bij een simpele politiecontrole. De mise-en-scène van de foto’s speelt een spel met de begrippen aanwezigheid en transparantie, die de fotograaf subtiel gevat heeft in kleine formats die de bezoeker dwingen om dichterbij te komen en aandachtig te kijken.

Ook het werk van Odette Messager Watshini verkent verder de plaats van het zwarte lichaam in de ruimte. In haar intieme portretten presenteert ze een update van de machtsrelaties in de koloniale en postkoloniale context. Tatu Mamu en Familieportret (schilderijen respectievelijk op doek en aluminium) tonen een jong meisje dat kampt met haar familiegeschiedenis, die direct gelinkt is aan de geschiedenis van de heersende machtsverhoudingen tijdens het koloniale regime. We zijn er aldus getuige van hoe een systeem van politieke dominantie doordringt in de intieme relaties.

In de film Occupy Von Puttkammer (Part II) onderzoekt Pascale Obolo de sporen van de oude koloniale machtsrelaties in de publieke ruimte – niet in België of in Frankrijk, zoals dat vaak het geval is, maar in Kameroen. Waarom werd dit kasteel – een kopie van een Duits kasteel – in het begin van de 20ste eeuw gebouwd in Kameroen, toen een kolonie van het machtige Duitsland? Wie woont er nu in dat kasteel? Waarom heeft niemand er ooit aan gedacht om het af te breken?

Muhiba

Mythes en stereotypes ontzenuwen die in de westerse cultuur geassocieerd worden met zwarte vrouwen: dat is wat Muhiba Botan nastreeft met haar werk The Myth of the Other, een reeks van acht foto’s. Met die foto’s stelt ze de primitieve associaties aan de kaak die de koloniale propaganda verzon om de dominantie over de plaatselijke rijkdommen en het lichaam van de gekoloniseerde volken te rechtvaardigen. Het resultaat is een transformatie van haar lichaam die beantwoordt aan hoe zwarte, tot een ras gereduceerde vrouwen, én blanke vrouwen voorgesteld worden in de mainstream media.

Overal op deze tentoonstelling duikt lateraal het thema heling of genezing op. Maar het meest expliciet zien we het thema in de super 8-film Déambulation carnavalesque van Pascale Obolo. De film toont hoe zwarte lichamen, nadat ze trauma’s als slavernij doorstaan hebben, dingen doen om tot een vorm van heling te komen. De dwang om zich aan te passen en een deel van hun cultuur uit te wissen, en het gevoel van schaamte dat gepaard gaat met de vernedering van die cultuur, worden hier gesublimeerd in een soort kleurrijk tableau vivant.

De vraag naar zorg is vandaag steeds belangrijker voor zwarte vrouwen. Vele onderzoekers vergelijken mensen van Afrikaanse afkomst die dagelijks het voorwerp zijn van kleine en grote vormen van agressie met mensen die lijden aan posttraumatische stressstoornis. Voor mensen die aan deze stoornis lijden, heeft het woord een bevrijdend karakter, zoals ook auteur, feministe en activiste Audre Lorde stelt. Zich bevrijden, dat is precies wat de vrouwen die deelnemen aan dit project ook doen, door de ruimte in te nemen van het cultureel centrum: ze bevrijden zichzelf door hun eigenheid te beklemtonen. Obolo’s Déambulation carnavalesque bouwt hierop verder: het werk toont ons de ancestrale Afrikaanse praktijk van de trance. Het gaat om een typische praktijk die met andere ogen bekeken wordt afhankelijk van het ras en het geslacht van diegene die de praktijk beoefent. De kunstenaar waagt zich hier aan iets wat weinig mannen of vrouwen van Afrikaanse afkomst durven, zelfs in de kunst.

Ten slotte is er het werk van Albertine Libert: een schilderij waarvoor vormen en personages uit papier werden geknipt en tevoorschijn komen uit een lichtbron. Het werk laat zich interpreteren als een ultieme uitnodiging aan het adres van de zwarte vrouw om haar plaats in te nemen in de maatschappij. Het is een plaats die het resultaat is van haar wildste dromen, waarbij ze zich niets aantrekt van de “dwang om niets te zijn.” De boodschap van Libert kan men op deze manier interpreteren: “Wat kan het jou schelen als de wereld jou verwart met een vormeloze massa. Je bent een uniek en waardevol individu! Fuck!

 

***

Anne Wetsi Mpoma woont in Brussel; ze is schrijfster, militante en onderzoekster van kunst en cultuur. Ze behaalde haar diploma kunstgeschiedenis aan de Université Libre de Bruxelles in 2007. Haar passies zijn de beeldende kunst en podiumkunsten. Nadat ze twee jaar ervaring opdeed in een kunstgalerie in New York, werd ze mede-oprichter van de vereniging Nouveau Système Artistique (2008) en van de Wetsi Art Gallery (WAG, 2019). Wetsi Art Gallery wil een bijdrage leveren aan de promotie, verspreiding en realisatie van projecten van kunstenaars met een Afrikaanse achtergrond.

Anne Wetsi Mpoma werd voor dit project uitgenodigd als onafhankelijk curator in het kader van Being Imposed Upon, een publicatie die ondersteund wordt door Cc Strombeek. Het doel van deze publicatie is een antwoord bieden op het gebrek aan zichtbaarheid van vrouwen van Afrikaanse afkomst of voortgekomen uit de diaspora van de Belgische culturele scène. De initiators van dit project zijn Vesna Faassen en Lukas Verdijk. Het project is een vervolg op de uitgave "Wanneer we spreken over dekolonisatie" dat uitsluitend geredigeerd werd door Congolese denkers en auteurs die in Afrika wonen. Momenteel is het de bedoeling om vrouwen van Afrikaanse afkomst die in België wonen artikelen te laten schrijven over onderbelichte feministische thema's binnen het huidige dekolonisatiedebat in België. Meer info.

***

Pascale Obolo, filmmaker en onderzoekster van een dekoloniaal denken, werd door Anne Wetsi Mpoma uitgenodigd om een aantal van haar videowerken te laten zien, zoals Déambulation Carnivalesque Von Puttkamer. Als onderzoekster stelt Pascale ook voor om de collectie van het S.M.A.K. (het Museum voor Hedendaagse Kunst in Gent dat sinds 2013 vaste partner is van Cultuurcentrum Strombeek) in vraag te stellen en een 'work in progress' van haar onderzoek te presenteren in de tentoonstelling Through Her (True her), onder de titel Het weefsel van tegenverhalen.

In haar onderzoek confronteert ze het discours over een collectie met vraagstukken over feminisme en intersectionnaliteit. Hoe kunnen we, vertrekkende van de geschiedenis van een collectie, tot een andere lezing van de wereld komen die gebaseerd is op reflecties over genderstudies en dekolonialisme?

Pascale Obolo: "In mijn benadering wil ik mijn research richten op twee belangrijke pistes die te maken hebben met het thema van het uitwissen. Het uitwissen van de verhalen van vrouwelijke kunstenaars, enerzijds en het uitwissen van de verhalen van kunstenaars afkomstig uit de diaspora, anderzijds. Ik stel vragen bij de afwezigheid van kunstenaars uit de diaspora. Heeft dat te maken met het koloniale verleden van België of met het huidige kolonialisme? Kan men een collectie dekoloniseren? Kan men een collectie feminiseren? Vanuit een kunstcollectie stel ik vragen over het uitwissen van een bepaalde geschiedenis, over hoe we het alfabet van een collectie kunnen uitbreiden – een gefragmenteerde collectie van verhalen, complexe geschiedenissen, elk gekenmerkt door hun eigen culturele, vaak contradictorische ecosystemen."

"In het kader van de tentoonstelling Through Her/True Her toon ik de ontwikkeling van mijn onderzoek rond de collectie van het S.M.A.K. en de daarbij horende tegenverhalen. Bij dat onderzoek stel ik vragen over de geschiedenis van de verhalen van vrouwelijke kunstenaars en over hun plaats binnen de museumcollecties. De representatie van het lichaam van vrouwen neemt een centrale plaats in binnen deze tentoonstelling, binnen de intieme sfeer en binnen de publieke ruimte. Bij mijn onderzoek heb ik speciaal belangstelling voor gemuteerde of fragiele lichamen van vrouwen, voor lichamen in een conflictsituatie, voor lichamen die een herinnering belichamen, een geschiedenis of het vrouwelijke, het mannelijke, verschillende generaties; ongeacht hun huidskleur vormen ze een eenheid. Deze handelende vrouwenlichamen, die hun eigen verhaal produceren, vinden zichzelf opnieuw uit en vormen de link tussen verleden, heden en toekomst – niettegenstaande vrouwelijke kunstenaars van Afrikaanse afkomst onzichtbaar gemaakt zijn binnen de collecties."

Dumas

Adriana

Lijst van de geselecteerde kunstenaars uit de collectie van S.M.A.K.

Kara Walker
Pipilotti Rist
Maria Nordman
Adriana Varejão
Ingrid Mwangi Robert Hutter
Marlene Dumas
Zoe Leonard
Nathalie Nijs
Ann Veronica Janssens
Erika Rothenberg

 

Beleef de expo digitaal

Read Anne Wetsi Mpoma's curatorial statement in French 

Read Anne Wetsi Mpompa's curatorial statement in English