Dat de Europese aanwezigheid op het Afrikaanse continent altijd al een economische grondslag heeft gehad, daar zijn Sammy Baloji en Sven Augustijnen het over eens. In de installaties die ze dit najaar presenteren in Cc Strombeek gaan ze allebei aan de slag met de Congolese geschiedenis. Aan de hand van archieven werpen ze een kil en weinig verbloemend tl-licht op de kolonisatie en exploitatie van het land.

“Door de massale deportatie als gevolg van de slavenhandel zijn niet alleen de tapijten verdwenen, maar is ook de technische kennis om ze te maken teloorgegaan”

Voor documenta14 – de vijfjaarlijkse tentoonstelling in Kassel (en deze editie ook in Athene) – creëerde Sammy Baloji een aantal installaties die zich focussen op koloniale verrijking en de bijbehorende menselijke en geografische exploitatie. De expo in Cc Strombeek bouwt voort op installatie Fragments of Interlaced Dialogues. De presentatie omvat een aantal reproducties van tapijtjes uit de 17de en 18de eeuw die teruggaan naar de historische handelsrelaties tussen Portugal en de Congo. Deze commerciële uitwisseling bracht de slavenhandel naar een wereldwijd niveau en verscheepte zoveel mensen uit Afrika dat hele brokken cultuur en kennis het continent voorgoed verlieten. Als vertrekpunt koos Baloji voor de brief van de Congolese koning Afonso I aan het Portugese hof, waarin hij de massieve uitbuiting van slaven en de vernietiging van lokale afgodsbeelden aanklaagt. “Ik zag de tapijtjes voor het eerst tijdens mijn bezoek aan een tentoonstelling over het Congolese rijk in het New Yorkse MoMA”, legt Baloji uit wanneer we hem opzoeken in zijn studio. “Ze hebben zeer bijzondere geometrische motieven en werden door het Congolese hof als geschenk naar Europa gezonden, in het kader van hun handelsrelaties. De tapijtjes dienden ook als een soort valuta waarmee betaald kon worden. Door de massale deportatie als gevolg van de slavenhandel zijn niet alleen de tapijtjes verdwenen, maar is ook de technische kennis om ze te maken teloorgegaan.”


Koperen tapijtjes

Naast slaven waren de Portugezen ook op zoek naar grondstoffen. Grondstofwinning en bodemexploitatie gingen gepaard met extreme menselijke uitbuiting. Tot op heden werken mensen er in de meest barre omstandigheden om koper, maar tegenwoordig ook andere ertsen zoals kobalt en coltan, uit de grond te halen. Direct of indirect dragen we hier allemaal aan bij, want deze materialen komen bijvoorbeeld veelvuldig terug in al onze elektronische toestellen. Interessant feit: de patronen van de textielwaren in Baloji’s installaties zijn trouwens opgebouwd volgens hetzelfde binaire systeem dat tegenwoordig onze computers aanstuurt. In zijn Fragments of interlaced Dialogues speelt hij de relatie tussen het koper en de uitgewiste kennis en weeftraditie verder uit. Aan de hand van de negatieven van scans heeft Baloji moules in 3D geprint om nadien in koper af te gieten. De kostbare textielstoffen worden omgezet in koper, waardoor er op economisch vlak verschuivingen optreden: de stoffen verschoven al van valuta naar antiek object. De reproducties van deze valuta krijgen naast het gewicht van het koper nu ook de waarde van een kunstwerk. Maar er is meer aan de hand. Het koperen object draagt de omgekeerde, negatieve sporen van de stof. Het is een negatief van verloor gegane kennis, die op deze manier een nieuwe betekenis kan krijgen.

“Als fotograaf wil ik voorbijgaan aan de belemmeringen van het fotografische beeld als kolonialistische en afstandelijke blik op de ander, degene van wie we ons distantiëren”

Het beeld van de ‘ander’

Hoewel de installaties en werken van Baloji veel verschillende vormen aannemen, vormt fotografie een terugkerend element. Fotografie kan hier ruimer geïnterpreteerd worden, want ook de scans die hij van de tapijtjes neemt, zijn in zekere zin foto’s. Tegelijkertijd stelt hij de afstandelijke  fotografische blik in vraag. “Als fotograaf wil ik voorbijgaan aan de belemmeringen van het fotografische beeld als koloniale en afstandelijke blik op de ander, degene van wie we ons distantiëren. Fotografie speelt namelijk een belangrijke rol in hoe de ander, in dit geval voornamelijk de niet-westerling, afgebeeld en dus ook gezien wordt. Ook studies als etnografie en antropologie gebruiken dit medium om hun beeld over de ander te bevestigen. Dat terwijl er heel veel informatie over politieke, esthetische of economische organisatie van de bestudeerde groep mensen buiten beeld valt. Hoe kan je kennis opdoen over een bepaalde cultuur via een tapijt uit de 17de eeuw? Door met de negatieven van de scans te werken, speel ik met deze vraag en breng ik deze prekoloniale stoffen naar vandaag.”

“Als Congolees moet je je eigen land uit gaan om dat deel van je cultuur te kunnen bekijken”

De exodus van de Afrikaanse cultuur

In de installatie hangt ook een foto van Congolese funeraire vazen uit het depot van het museum van Kinshasa. “Tegenover deze vazen stond Europees porseleinwerk, waarmee de Europeanen hun slaven kochten,” licht Baloji toe “wat zorgde voor een interessante dialoog dat ik zelf niet in scène heb gezet. Zowel de vazen als de stoffen zijn vandaag uitsluitend terug te vinden in musea. Veel objecten, zoals de tapijtjes, bevinden zich enkel in Europa of in de Verenigde Staten. Als Congolees moet je dus je eigen land uit gaan om dat deel van je cultuur te kunnen bekijken. In Kassel heb ik mijn koperen afdrukken kunnen confronteren met de originele stoffen; in Strombeek zullen de originele stukken niet getoond worden. Wel breid ik de installatie uit met een aantal nieuwe koperen reproducties, ditmaal van bewerkt ivoor. Om het geografische verschil tussen oorsprong en huidig onderkomen uit te spelen, heb ik de informatielabels aangepast. Terwijl de labels normaal gezien beginnen met plaats van herkomst laat ik ze beginnen met hun huidige bewaarplaats. Hierdoor wordt de verspreiding van de Afrikaanse culturele sporen over de rest van de wereld duidelijk.”

“In Europe Magazine worden er geen doekjes om gewonden: er wordt geopperd dat het beter zou zijn moesten bepaalde personen vermoord kunnen worden”

Imbéciles de tous les pays unissez vous!

In de ruimte naast die van Baloji staat het werk Imbéciles de tous les pays unissez vous! van Sven Augustijnen opgesteld. Hierin is eveneens een belangrijke rol weggelegd voor Katanga, maar Augustijnen vertrekt van een ander tijdperk, namelijk de woelige jaren ‘50 en ‘60 van de 20e eeuw. In de grote hal van het cultuurcentrum stalt hij op een lange tafel pagina’s uit van het naoorlogse Belgische tijdschrift Europe Magazine. De pagina’s ogen heel strak en esthetisch met sterk fotografisch materiaal. Wie de koppen en teksten van dichterbij bekijkt, struikelt echter al snel over het scherpe en ronduit racistische en paternalistische taalgebruik. Augustijnen: “Europe Magazine is een zeer rechts magazine, met een verleidelijke kwaliteit en tegelijk een heel gewelddadig discours. Wat je op de tafel kan lezen, is eigenlijk ook een soort van spiegelbeeld van wat we nu meemaken. Wat er toen gebeurde, heeft repercussies tot op de dag van vandaag. Een thematiek als dekolonisatie blijft ook vandaag nog heel actueel. In Europe Magazine worden er geen doekjes om gewonden: er wordt geopperd dat het beter zou zijn moesten bepaalde personen vermoord kunnen worden. Ook de vraag of het niet beter zou zijn moest Congo terug gekoloniseerd worden, komt er letterlijk in voor. Vandaag de dag worden zulke dingen teruggefloten, maar de intenties of de zin om het te schrijven of te zeggen is nog steeds redelijk sterk.”

“Vandaag de dag worden zulke dingen teruggefloten, maar de intenties of de zin om het te schrijven of te zeggen is nog steeds redelijk sterk”

De FAL van FN Herstal

De gekozen pagina’s scheppen voor de bezoeker een tijdsbeeld van de politieke ontwikkelingen in de jaren ‘50 en ‘60. Centraal staan de politieke en economische ontwikkelingen van Afrika, het verloop van de onafhankelijkheidsstrijd van Congo en de kwestie rond Union Minière. Maar ook Cuba, de spanningen van de Koude Oorlog, de olieperikelen in Venezuela en zelfs het koninklijke huwelijk van Boudewijn en Fabiola. De precieze reden voor Augustijnens interesse in deze magazines vindt zijn oorsprong in een lopend onderzoek naar het fusil automatique leger (FAL) van de Belgische Fabrique National de Herstal: Europe Magazine was het enige magazine waarin de FAL  van het Belgische bedrijf FN Herstal effectief wordt aangekondigd met de ingenieur, Dieudonné Saive, op de eerste pagina in het magazine. Bij het artikel klinkt de vraag: ‘Gaan we hem verantwoordelijk stellen voor de genocides waarin zijn ontwerp veelvuldig voorkomt?’ Mijn interesse rond dit wapen dateert al van meer dan 15 jaar geleden. Het is niet eenvoudig om te traceren waar het wapen sinds eind jaren ‘50 allemaal werd ingezet. Je kan wel terugvinden welke landen het aangekocht hebben en waar ze in licentie geproduceerd zijn, maar daarmee weet je nog niet in welke conflicten het effectief opgevoerd werd en wordt. Wapens hebben meestal een heel lang leven, de meeste wapens van toen zijn nu nog steeds in circulatie. Ze veranderen van eigenaar, worden doorverkocht, ingezet aan beide kanten van het politieke en ideologische spectrum. Wapens an sich hebben geen ideologie.’


De moord op Lumumba

De FAL speelde ook een rol tijdens de dekolonisatie van Congo; het was precies met dat wapen waarmee Patrice Lumumba, de eerste democratisch verkozen premier van de Republiek Congo, werd geëxecuteerd. In Spectres, wellicht Augustijnens bekendste film uit 2011, volgt Augustijnen Jaques Brassinne de La Buissière, die zich in Elisabethville bevond op die bewuste 17 January 1961, de dag van de moord op Lumumba en al meer dan dertig jaar onderzoek voert naar de mogelijke betrokkenheid van België in deze kwestie. Veel van de elementen en de personages die in de film voorkomen, komen terug in de installatie Imbéciles de tous les pays unissez vous. Augustijnen: “Deze installatie is verweven met de hele de- en neokolonisatie van Congo en ‘de geest’ van de Koude Oorlog die er voortdurend in rondwaart. Het was frappant om alle actoren en familieleden van Lumumba die in de film voorkomen, effectief ook afgebeeld in de magazines te zien: de Union Minière du Haute Katanga – het toenmalige grote Belgische mijnbedrijf - en figuren als de jonge Marie Tshombé (dochter van), de toenmalige Belgische minister van Buitenlandse zaken Harold Charles d'Aspremont Lynden en de weduwe van Lumumba.”


The Right Arm of the Free World
Na Spectres besloot Augustijnen om een film te maken over de FAL. De grote lijnen staan al vast, geeft Augustijnen mee. “De film zal geen overzicht geven van de eindeloze lijst van conflicten waarin de FAL als wapen circuleerde. Wel benadert het een aantal conflicten van het links ideologische front. Op die manier verbindt het de historische banden die via de FAL bestaan tussen de (revolutionaire) bewegingen in Cuba, Zuid-Afrika en Palestina. En tegelijkertijd belicht het ook hoe de wapens als ‘The Right Arm of the Free World’ gebruikt of geproduceerd werden door het communistische regime, door de tegenstanders van het apartheidsregime en in de Sahel.” Zo refereert de film van Augustijnen, net als de installatie van Baloji, vanuit een historische benadering aan een wereldorde die nog altijd heel actueel en tastbaar is.